Google+ Autisme, wat nu..?: Deskundigen
Posts tonen met het label Deskundigen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Deskundigen. Alle posts tonen

woensdag 4 maart 2015

Richtlijn autisme mikt op vroege herkenning

De jgz-richtlijn Autismespectrumstoornissen helpt om in een vroeg stadium gedrags- en ontwikkelingskenmerken te signaleren die kunnen wijzen op een autismespectrumstoornis (ASS).

De richtlijn is met name gericht op het signaleren van kenmerken op het gebied van communicatie en socialisatie die kunnen wijzen op een ASS. De richtlijn geeft aanwijzingen voor de signalering en behandeling bij twee leeftijdscategorieën: 0- tot 4-jarigen en 4- tot 19-jarigen.

De diagnose ASS komt gemiddeld rond het 6e levensjaar. Ouders lopen tegen problemen aan en vragen hulp, meestal eerst aan artsen en verpleegkundigen. Met deze richtlijn kunnen kinderen met mogelijke ASS al voor hun 5e jaar gerichte hulp krijgen.

De richtlijn is tot stand gekomen met inbreng van beroepsgroepen uit de jgz, brancheorganisaties en vertegenwoordigers van ouders en kinderen.

Bron: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid

Meer informatie
Bericht NCJ Richtlijn ASS
NJi-dossier Autisme: Richtlijnen


zaterdag 24 augustus 2013

Klinische psychologe: autisme valt bij meisje niet op

Artsen merken autisme bij meisjes niet of pas veel te laat op. Dat komt doordat de stoornis zich bij meisjes anders uit dan bij jongens.

Klinische psychologe Annelies Spek van het Centrum Autisme Volwassenen van GGZ Eindhoven waarschuwt medici in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde om beter op de vrouwelijke signalen van autisme te letten. Een kwart van de mensen met een 'autisme spectrum stoornis' is vrouw.

Verschillen na kleutertijd
Direct na de kleutertijd treden er duidelijke verschillen op tussen jongens en meisjes met autisme, zegt Spek. Waar jongens zich sociaal gezien wat meer terugtrekken, maken meisjes juist wel contact, maar op een claimende, dwingende manier. "Ze stellen op een obsessieve manier vragen." Jongens met autisme zijn vaak gefascineerd door een speciaal onderwerp, zoals treinen. "Ze kennen dan hele treinroutes uit hun hoofd." Bij de meisjes gaat het vaak om 'gewonere' interesses, zoals in dieren en prinsessen.

"Het afwijkende zit hem dan vooral in de intensiteit waarin zij zich bezighouden met deze interesses en de neiging zich hierin te verliezen. Ze wanen zich echt altijd de prinses, ook tijdens het eten.'' Doordat deze meisjes zich minder terugtrekken en hun fascinaties minder afwijkend zijn, komt hun gedrag normaler en minder autistisch over.

Bron: bndestem.nl





woensdag 1 mei 2013

Autisme TV nieuw initiatief Leo Kannerhuis

,,Attentie, over vijftien seconden is het zover, dan beginnen we''. Opgelucht geeft David van HRMedia uit Bemmel de laatste aanwijzingen, want tot vlak voor de uitzending vanuit het hoofdkantoor van het Leo Kannerhuis aan de Houtsniplaan in Doorwerth zijn er wat problemen en is het niet duidelijk of de live-uitzending van Autisme TV kan doorgaan.
door Jet Kooderings

Maar gelukkig, even voor half negen is het euvel verholpen en kan de vierde uitzending in een serie van vijf gewoon doorgaan. Autisme TV is een uniek vijf dagen durend WEBTV-event over autisme tijdens de autisme week die van 30 maart tot en met 5 april is gehouden. Het is een project dat door het dr Leo Kannerhuis is geïnitieerd in samenwerking met HRMedia. Tweede paasdag aan het eind van de middag was de eerste uitzending, daarna was het programma iedere avond om half negen live te volgen via www.autismetv.nl

Inge Diepman
Donderdagavond ontving presentator Inge Diepman, bekend van televisieprogramma's als 'Het Zwarte Schaap', 'Herexamen', B&W en het radioprogramma 'Vroege Vogels', drie vrouwen. De één is bijzonder hoogleraar autisme aan de Universiteit van Amsterdam, de ander heeft een vorm van autisme en de derde is manager Research & Development bij het dr Leo Kannerhuis. Wie van tevoren niet weet wie degene met 'Asperger' is, kan lang raden, want aan de buitenkant zie je niets.

Ook als Monique Post uit Breda begint te praten merk je niet dat ze een vorm van autisme heeft. ,,Het was een van de beste dagen van mijn leven toen bij mij op 24-jarige leeftijd de diagnose werd gesteld'', geeft de inmiddels 29-jarige aan. Op de vraag 'waarom' zegt ze: ,,Omdat het een antwoord was op alles wat mij niet lukte en anderen wel. Het scheelt me zoveel dat ik nu niet meer hoef te compenseren, want daar word je heel moe van''.

Autisme 2.0.
De andere gasten zijn hoogleraar Hilde Geurts en Astrid van Dijken, medewerker Leo Kannerhuis die zich bezighoudt met autisme 2.0. Dat staat voor de innovatie in autismezorg, waarbij de informatieoverdracht niet alleen mondeling plaatsvindt, maar ook wordt ondersteund door apps.

Uit deze uitzending van Autisme TV blijkt dat er nog heel veel onduidelijk is over autisme, maar ook dat er heel veel ontwikkeling is in de digitale wereld ter ondersteuning van mensen met autisme. Voor Monique Post, fotograaf van beroep, is haar autisme een verrijking. ,,Ik zou zonder mijn oog voor detail nooit de fotograaf zijn, die ik nu ben''. Heel stellig is Monique in haar bewering: ,,Ik haat het woord beperking. Sommige dingen kosten wat meer moeite, maar niets is onmogelijk''.

* Alle uitzendingen zijn nog te zien op www.autismetv.nl

vrijdag 8 februari 2013

Autisme door Martine Delfos

Autisme: geen defect, maar een vertraging en versnelling tegelijk

Autisme is de meest onbegrijpelijke aandoening die er is. Het meest lastige in de begeleiding en het meest lastige in de opvoeding. Tegelijk is het zo wonderschoon. Het belangrijkste kenmerk is de andere wijze van sociaal zijn. De sociale interactie is atypisch en het aansluiten in sociale interactie kan daardoor zeer problematisch zijn. Autisme betreft de kern van het menselijk zijn: de omgang van mensen met elkaar. Er wordt wel gezegd dat als je autisme begrijpt, je alles van mensen begrijpt. Autisme is het meest onderzocht van alle psychische aandoeningen die er bestaan. Het onderzoek gaat door en nog steeds blijft het raadselachtig.

Er hebben twee revoluties op het gebied van autisme plaatsgevonden en de derde vindt momenteel plaats. Tot 1943/44 bestond autisme niet als zodanig. De problematiek van mensen met wat we nu autisme noemen, werd, voordat men deze diagnose ontdekte, ondergebracht onder schizofrenie en psychoses. In 1943 beschreef Leo Kanner, en onafhankelijk van hem in 1944 Hans Asperger, een gedragspatroon dat ze beiden de naam ‘autisme’ gaven. De term ontleenden ze aan hun leermeester Bleuler, die het in zichzelf gekeerd zijn van mensen met schizofrenie benoemde als ‘autos’. Dit element van ‘in zichzelf gekeerd zijn’ gebruikte zowel Kanner als Asperger sindsdien als kern om het gedragspatroon te beschrijven van mensen. De term autisme heeft in de loop der tijd een verandering ondergaan. Er zijn benamingen gekomen voor de verschillende verschijningsvormen binnen autisme, onder andere hfa, High Functioning Autism. Het werd duidelijk dat autisme niet samenging met een verstandelijke beperking, wat men eerst dacht. De meeste mensen met autisme bleken geen verstandelijke beperking te hebben. Het hele spectrum van intelligentie komt voor bij autisme, tot en met een hoge intelligentie. Om het verschil duidelijk te maken, werd een nieuwe benaming gebruikt voor mensen met autisme zonder verstandelijke beperking: het syndroom van Asperger. Deze naam was een eerbetoon aan Hans Asperger (1944), wiens werk pas zeer laat vertaald werd in het Engels, waardoor het eerst met grote vertraging voor een breed publiek bereikbaar werd.

Leo Kanner was van mening dat autisme een erfelijke component had, omdat hij aspecten van het autistische gedrag van kinderen in de ouders herkende. Bettelheim echter was van mening dat de opvoeding door de ouders, met name de moeder, van groot belang was. Dit werd decennialang de leidende gedachte. Vanaf de tachtiger jaren van de twintigste eeuw werd duidelijk dat autisme vervat zit in de genen, en wel in een hele groep genen. Dit werd de tweede revolutie op het gebied van autisme. Niet de opvoeding, maar de genetische component bleek doorslaggevend bij autisme. Tot op de dag van vandaag is het onderzoek naar de rol van genen bij autisme gaande. Hoewel de genetische component ongetwijfeld een rol speelt, betekent dit niet dat autisme op grond daarvan vast te stellen is. De diagnose autisme is nog steeds afhankelijk van de beoordeling van gedrag. In de dsm-iv en de icd-10, de diagnostische handboeken voor psychiatrische problematiek, zijn de criteria om autisme te diagnosticeren gebaseerd op gedragskenmerken (sociale interactie, communicatie en obsessief en repetitief gedrag).

Vanuit het idee dat autisme veroorzaakt werd door genen, werd het denken gestuurd vanuit het perspectief van een defect. Het idee was dat mensen met autisme een defect hebben en daardoor bepaalde dingen niet begrijpen en niet kunnen doen. Men zocht de defecten op en probeerde oplossingen te bedenken om daarmee om te gaan. Paniek en agressie die kunnen ontstaan bij kinderen met autisme, werd bijvoorbeeld het hoofd geboden door te proberen hun wereld voorspelbaar te maken met vergaande structuur in hun leefsituatie en op school. Het probleem dat ze op school niet goed konden onthouden wat ze moesten doen en zich terugtrokken in zichzelf, trachtte men op te lossen door pictogrammen op borden te plaatsen, zodat ze duidelijk konden zien wat hun taken waren.

De derde revolutie op het gebied van autisme begint min of meer met het onderzoek van Hazlett en collega’s van 2006. Zij ontdekten dat bij adolescenten met autisme het proces van toename van grijze stof in de hersenen later plaatsvindt dan bij jongeren zonder autisme. Het bleek dat de productie van grijze cellen met name in de linker hersenhelft plaatsvindt. Dit doorbrak het idee van autisme als defect nog niet. In 2011 kwamen echter een aantal onderzoeken vrij waarbij ontdekt werd dat het bij autisme om een vertraging van de rijping van de hersenen gaat en niet om een defect. Bastiaansen en collega’s van het Herseninstituut Nederland beschrijven dat het om een vertraging gaat in plaats van een defect op basis van de toename aan sociaal inzicht en handelen die ze constateerden bij het ouder worden van mensen met autisme. Een ander onderzoek datzelfde jaar, van Whitehouse en collega’s, toonde aan dat meisjes met autisme gemiddeld twee jaar later menstrueren dan meisjes normaliter doen. Ook in 2011 ontdekten Hua en collega’s dat er sprake was van vertraging in de ontwikkeling van de hersenen van kinderen met autisme, met name op het gebied van sociale interactie en communicatie, en met betrekking tot repetitief gedrag. Een gebrekkige sociale interactie en communicatie alsmede repetitief gedrag worden beschouwd als de basissymptomen voor autisme. Hiermee wordt onderbouwd dat het bij autisme om een vertraging gaat in plaats van een defect. Zo ontstaat vanuit wetenschappelijk onderzoek een ommekeer van ‘defect’ naar ‘vertraging’ bij autisme. Dit zal enorme gevolgen hebben voor de hulp aan en opvoeding van kinderen met autisme. Diagnostici en hulpverleners zullen een cultuuromslag moeten maken van denken in termen van defect naar het perspectief van het stimuleren van de ontwikkeling.
Alle drie de revoluties zijn overigens voor de kinderen met autisme en hun ouders meestal niet verrassend: ze wisten al dat het geen schizofrenie was, dat het erfelijk was en dat ze meer tijd nodig hebben om te rijpen.

De dsm-iv en de icd-10 gaan plaats maken voor de versies 5 en 11. Voor autisme gaat dit waarschijnlijk betekenen dat de verschillende benamingen verdwijnen en dat er voortaan over ass, autismespectrumstoornissen, gesproken zal worden. De criteria worden teruggebracht tot twee groepen. Een wezenlijke verandering zal zijn dat bij de dsm-5 een stoornis in de mens als geheel geplaatst zal worden; dimensies als sekse, leeftijd, intelligentie, externaliseren en internaliseren worden betrokken bij de diagnose.

Het zal problemen geven om de omslag te maken. Het betekent dat autisme niet meer op zichzelf staat, maar ín de mens met autisme geplaatst wordt. Het is echter de vraag of de dsm en icd op tijd de omslag van defect naar vertraging zullen kunnen maken.

De theorie van het socioschema met de mas1p (Delfos, 2001-2011) is sinds 2001 reeds gebaseerd op het idee van vertraging aan de ene kant en versnelling aan de andere kant. Het onderzoek van Hazlett is een extra ondersteuning voor deze theorie, omdat daar de vertraging geplaatst wordt in de linker hersenhelft, waar de theorie van het socioschema bij autisme ook van uitgaat.

De mas1p betekent dat ieder mens met autisme anders is en dat het zich binnen een mens tijdens zijn levensloop ontwikkelt. Ieder mens met autisme heeft een regenboog aan leeftijden in zichzelf. Iemand met een kalenderleeftijd van 17 jaar kan met betrekking tot hechting 9 maanden zijn, in zijn spelgedrag 3 jaar, op het gebied van wiskunde 25 jaar en met betrekking tot treinen het niveau hebben van een getrainde professional op dat terrein.

Uitgaande van een vertraging in plaats van een defect betekent het dat er aangesloten moet worden bij de mentale leeftijd. Dan verwachten we dus groei. Om de mogelijkheden van het kind met autisme te ontwikkelen, is het noodzakelijk het kind uit te dagen. Dat lijkt haast onmogelijk wanneer we uitgaan van die regenboog aan leeftijden. Toch is de praktijk gemakkelijker dan men vaak denkt. Eerst moet met betrekking tot een bepaald onderwerp vastgesteld worden wat de mentale leeftijd is. Dat is erg vaak zeer jong, men komt regelmatig terecht in de eerste levensjaren. Om een mentale leeftijd met betrekking tot een onderwerp te ontdekken, is er een simpele vuistregel zolang onderzoek nog geen test voor de mas1p heeft ontwikkeld.

Men neemt het verbazingwekkende en hardnekkige gedrag en past daarop de volgende regel toe: Dit is heel normaal gedrag op de leeftijd van … Wanneer een leeftijd gevonden wordt, past men de kern van de opvoeding toe die bij dat onderwerp op die leeftijd hoort.
Een voorbeeld:

John is 25 jaar en studeert aan de universiteit. Hij behaalt goede resultaten. Hij weet dat hij een vertraging heeft op allerlei andere gebieden en dat het prettig voor zijn omgeving is als hij hulp vraagt als hij ergens mee zit. Nu heeft hij ’s ochtends veel problemen met de tijd door het douchen. Hij vraagt: ‘Hoe lang moet ik douchen?’ Het is zijn onzekerheid over de duur van het douchen die hem ’s ochtends in de problemen brengt. ‘Tot je klaar bent’, was het antwoord. Dit hielp de intelligente John niet en hij vroeg verder: ‘Maar wat is klaar?’

Als we hier de mentale leeftijd moeten schatten, komen we heel jong uit. Het tijdsbesef heeft een paar jaar nodig om zich te ontwikkelen. Kijken we bij dit onderwerp naar de opvoeding, dan zien we al snel dat ouders kinderen wassen en daarbij alles benoemen: ‘Nu je oortjes en dan nog je beentjes’, enzovoort, tot alles aan de beurt is geweest en dan zeggen ouders: ‘Klaar!’ Dit hielp om het juiste antwoord aan John te kunnen geven: ‘Als je overal geweest bent.’ ‘O, is dat het’, reageerde John tevreden en verbaasd. Hij had het zich al zo lang afgevraagd. Meer had hij niet nodig. Het zeer jonge kind in hem met betrekking tot het onderwerp douchen werd ‘vastgehaakt’ aan andere, veel verder ontwikkelde delen. Johns probleem was opgelost. Hij heeft op zijn leeftijd niet meer hetzelfde ritueel nodig als het kind; John had het denkraam nodig dat hij miste, zodat de brug geslagen kan worden naar het niveau van andere delen van zijn kennis en ervaring. De sleutel vinden kan vaak wat lastig zijn, maar de verandering is vaak een flinke stap vooruit, zonder veel moeite.

Vanuit het denken van een defect zou aan John misschien een tijd worden voorgesteld. Dit lost zijn probleem niet op, want is het dan wel goed gegaan met douchen? Vanuit ontwikkeling zullen we eerder kennis en inzicht geven zoals we dat in de opvoeding bijna op 24-uurs basis doen.

Peter is inmiddels 16 jaar. Hij heeft al sinds zijn vijfde enorme agressieve uitbarstingen. Zoekend naar de oorzaak wordt duidelijk dat vooral ruzies in huis ervoor zorgen dat hij plotseling uitbarst. Als we hierbij naar een mentale leeftijd kijken, dan komen we uit op 2 à 3 jaar, wanneer kinderen gefrustreerd zijn dat ze nog niet kunnen uitdrukken wat er in hen omgaat. Ouders proberen kinderen dan te helpen om te ontdekken wat er is. Door te vertellen wat ze denken, ontdekken kinderen dat je emoties uit kunt drukken en verdwijnt de heftige agressie.

In gesprek met Peter wordt het onderwerp besproken. ‘Ik denk dat jij heel erg je best doet om je te beheersen en dan plotseling toch nog uitbarst in agressie. Het is wel fijn dat je zo je best doet.’ Peter is duidelijk blij met deze echte communicatie en zegt: ‘Maar wat als ik iets door het raam gooi? Of wat als ik iets gevaarlijks pak?’ Het wordt daarmee duidelijk hoe erg Peter zich probeert te beheersen en hoe bang hij ook zelf is voor zijn agressie. ‘Dat is wel prettig omdat je dan het vervelende gevoel kwijt bent, dat is dan weg. Maar ik heb je nu een beetje leren kennen en ik merk dat je een heel aardige jongen bent. Dan heb je daarna een heel groot probleem omdat het raam stuk is of omdat je iets heel ergs gedaan hebt. En daar kun je dan weer nog slechter tegen.’ Hij luistert diep geconcentreerd en hij knikt bedachtzaam. ‘Het is heel fijn dat je je beheerst, maar het is ook zwaar en niet genoeg. Je zou nog iets anders moeten doen behalve je beheersen.’ ‘Wat?’ vraagt Peter gretig. ‘Sommigen tekenen of maken muziek.’ ‘Nee,’ zegt Peter beslist, ‘dat is niets voor mij.’ ‘Wat vind jij dan fijn?’ ‘Woorden’, antwoordt Peter. ‘Nou, dan gebruik je dat. Dan vertel je hoe je je voelt, aan je broer bijvoorbeeld. Dan zeg je dat je je heel rot voelt door die ruzie.’ Peter kijkt blij, hij past het direct op zijn familie toe en deelt zijn gevoelens. Later vraagt hij: ‘Wat thuis werkt, werkt dat ook op school?’ Van een volledig in agressie opgesloten jongen, waar de familie al jaren mee kampt, is Peter plotseling een jongen die creatief omspringt met ideeën die hem aangeboden worden. Overigens had deze hulp ook jaren eerder succes kunnen hebben.

Al die tijd ging zijn omgeving met Peter om vanuit een defect-denken en werd men steeds banger omdat hij ouder, groter en sterker werd waardoor zijn agressie gevaarlijker werd. Vanuit het perspectief van vertraging krijgt Peter het inzicht en de kennis die hem ontbraken. Vervolgens kan hij die koppelen aan wat hij al weet. Het idee dat kinderen met autisme niet kunnen generaliseren, is gebaseerd op een defect-denken en niet op een vertraging. Hun ruimte voor ontwikkeling geven kan hen daadwerkelijk bevrijden.

Tekst: dr. Martine F. Delfos

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine Kinderwijz maart/april 2012. Een los nummer of abonnement kun je bestellen via www.248media.nl


Dr. Martine F. Delfos is biopsycholoog, wetenschapper, therapeut en schrijfster.
Informatie over haar werk: www.mdelfos.nl. 
Standaardwerk: Een Vreemde Wereld. Over autismespectrumstoornissen (ass). Voor ouders, partners, hulpverleners, wetenschappers en de mensen zelf (9e druk). Amsterdam: swp.





dinsdag 15 januari 2013

Geen vervolgstudie naar autisme in Eindhoven

NIJMEGEN - Er komt geen vervolg op het onderzoek naar autisme in de regio Eindhoven. Het ministerie van VWS vindt dat de onderzoekskosten van acht ton beter besteed kunnen worden.

De Nijmeegse hoogleraar professor Rutger Jan van der Gaag noemt dat 'buitengewoon jammer'. De universiteit van Cambridge nam in 2007 initiatief voor een eerste onderzoek. Publicaties over autisme in het Eindhovens Dagblad waren daarvoor de aanleiding. Vier jaar later maakte de Engelse universiteit de resultaten bekend. In Eindhoven en directe omgeving bleken twee tot drie keer meer jongeren met autisme te zijn dan in de controlegebieden Haarlem en Utrecht.

Cambridge wil daar graag een vervolgonderzoek op zetten. De vraag is waarom het er in Eindhoven zoveel meer zijn. Daarvoor had de Engelse universiteit contact met de Radboud Universiteit in Nijmegen. Het ministerie heeft het ingediende studievoorstel echter afgewezen.

Professor Van der Gaag heeft daar begrip voor, maar geeft de hoop niet meteen op. "Want dat het in Eindhoven anders is, is bijzonder intrigerend."

Bron: bndestem.nl




dinsdag 27 november 2012

Autism Media Channel

Autism Media Channel - Autism Hints and Tips for Children and Adults. Videos about living with Autism, treatment and latest news. Dietary information. Asperger’s Syndrome.

Welcome to The Autism Media Channel, please keep an eye out for new events and all the latest news.

The Autism Media Channel will Educate, Advocate, and Promote Change

It is important that families living with autism and Asperger’s Syndrome have access to real help and support. Autism Media Channel has been launched to provide exactly this, from assessment anddiagnosis, understanding autism and related conditions, diet, education, tips and advice from parents that have real experience. Scientists, doctors, psychologists, nutritionists, educationalists all report on their specialist areas. We aim to bring you news of developments as and when they break. We have an excellent team of extremely experienced people dedicated to educate, advocate and promote change. We aim to make the world a better place for people living and working with autism.

Coming soon - The Autism Team - unique and exclusive footage that takes you inside autism like never before.

Our cameras will go where no one else has been before

We say it as it is.






donderdag 18 oktober 2012

ADHD en autisme bij meisjes vaker over het hoofd gezien

Ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en autisme worden bij meisjes vaak niet tijdig opgemerkt. Daardoor lopen ze groot risico slachtoffer te worden van seksueel misbruik of verslaafd te raken. Prof.dr. Rutger-Jan van der Gaag, hoogleraar Klinische kinder- & jeugdpsychiatrie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, pleit voor meer aandacht voor ontwikkelingsstoornissen bij meisjes.

Trauma bij jeugd
Van der Gaag is een van de sprekers op het 29e symposium Jeugd- en gezinsonderzoek dat op 11 oktober 2012 georganiseerd werd door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Radboud Universiteit. Het thema was Trauma bij jeugd.

ADHD en autisme bij meisjes
Ontwikkelingsstoornissen als autisme en ADHD worden bij jongens makkelijker herkend dan bij meisjes. Als een meisje verlegen en angstig is denkt men niet meteen aan autisme. Als ze lekker druk is en veel kletst, is dat toch juist gezellig in huis? Ook doorlopen deze meisjes meestal onopgemerkt hun school. Meisjes met ADHD zijn vaak impulsief en neigen soms tot hyperseksueel gedrag. Meisjes met autisme lopen het risico slachtoffer te worden van misbruik. Vaak komen deze meisjes op latere leeftijd terecht in de hulpverlening met etiketten als borderline, verslaving of angststoornissen.

Van der Gaag is begeleider van een langlopend onderzoek naar psychopathologie bij meisjes. De resultaten van het onderzoek waarover hij sprak op het symposium zijn aangeboden aan het tijdschrift Journal of Dual Diagnoses.


Bron: Radboud Universiteit Nijmegen / Balansdigitaal


vrijdag 12 oktober 2012

Prof. Dr. Rutger Jan van der Gaag benoemd tot erelid van de Nederlandse Vereniging voor Autisme

Tijdens het jaarlijkse NVA Autisme Congres dat op 5 en 6 oktober in Utrecht werd gehouden is Prof. Dr. Rutger Jan van der Gaag verrast met de benoeming tot erelid van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA).

Uit handen van Lyda Blom, vice-voorzitter van het landelijk bestuur van deze vereniging, kreeg hij een oorkonde en een bronzen beeldje dat symboliseert hoe mensen met autisme vaak in hun eigen ‘binnenwereld’ leven.

Van der Gaag is al vanaf de jaren ’80 nauw verbonden geweest aan de Nederlandse Vereniging voor Autisme, onder meer als bestuurslid, adviseur en lid van de wetenschappelijke raad en de laatste jaren ook als vaste columnist in het ledenblad van de NVA. Tijdens het jaarlijkse Autisme Congres in Utrecht ontbrak hij zelden als spreker. In zijn bijdragen, zowel voor de NVA als in vele overheids-adviesorganen, getuigde hij voortdurend van zijn begrip en respect voor mensen met autisme en hun naastbetrokkenen.

Op bevlogen wijze heeft hij zich jarenlang vanuit zijn expertise en met hart en ziel voor mensen met autisme ingezet. Daarmee heeft hij deze stoornis nadrukkelijk op de kaart gezet binnen de psychiatrie maar ook ver daar buiten.

Prof. Dr. R.J. van der Gaag (1950) is hoogleraar klinische kinder- en jeugdpsychiatrie aan het UMC St. Radboud in Nijmegen en tevens opleider/manager behandelzaken bij Karakter in Ede. Daarnaast is hij sinds 2008 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). Eind dit jaar legt hij al deze functies neer en volgt hij Prof. Dr. A.C. (Arie) Nieuwenhuijzen Kruseman op als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG).

Bron: Medicalfacts.nl

maandag 8 oktober 2012

Criteria ADHD en autisme voor meisjes aanpassen

Psychiaters en psychologen herkennen autisme en ADHD bij meisjes veel minder snel dan bij jongens. Dat komt omdat de criteria voor meisjes niet kloppen. Psychiater Patricia van Wijngaarden en hoogleraar Klinische Kinder- en Jeugdpsychiatrie Rutger-Jan van der Gaag van het UMC St Radboud willen aangepaste criteria voor meisjes. Van der Gaag doet zijn pleidooi voorafgaand aan het symposium Jeugd- en Gezinsonderzoek op 11 oktober.

Van der Gaag is begeleider van een langlopend onderzoek naar lichte stoornissen bij meisjes. "Waar jongens met ADHD vaker impulsief en lastig zijn, is een meisje dat lekker druk is en veel kletst toch juist gezellig in huis? Bij een jongen die zich terugtrekt, denken we meteen aan autisme. Dat doen we niet bij meisjes die verlegen of angstig zijn. Die vinden we dromerig. Het verschil is dat meisjes niemand tot last zijn. Daardoor slaat niemand alarm of wordt er deskundige hulp ingeschakeld.” 
 
Voorgeschiedenis
Meisjes met problemen doorlopen vaak onopgemerkt hun school. ADHD-meisjes zijn vaak impulsief, neigen soms tot hyperseksueel gedrag. Meisjes met autisme lopen risico slachtoffer te worden van misbruik. "Veel van deze meisjes komen later in de hulpverlening terecht met etiketten als borderline, verslaving, angststoornissen", zegt Van der Gaag. "Diagnoses in de verslavingszorg wijzen op een voorgeschiedenis van niet onderkende problemen in de kindertijd."

Criteria
Op latere leeftijd leidt het niet behandelen van ADHD en autisme tot een grotere kans op seksueel misbruik, onder meer door loverboys, middelengebruik en verslaving. Van der Gaag erkent dat de diagnose lastig is. "Een probleem is dat de officiële criteria voor ADHD en autisme kloppen voor jongens, maar niet voor meisjes." Het onderzoek van Van Wijngaarden laat volgens Van der Gaag zien dat de criteria voor meisjes moeten worden bijgesteld, want dat er egens iets mis gaat blijkt uit de cijfers. Van alle kinderen met de diagnose ADHD zijn op dit moment vier op de vijf jongen. Op volwassen leeftijd is de verhouding jongens-meisjes één om één.

Bron: MedNet




vrijdag 5 oktober 2012

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten stelt werkgroep in ‘Vanuit Autisme Bekeken’

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS) heeft op 2 oktober 2012 de werkgroep ‘vanuit autisme bekeken’ gestart. Deze werkgroep gaat vanuit het perspectief van mensen met autisme bekijken hoe ze beter ondersteund kunnen worden bij hun participatie in de samenleving.

Ondersteuning aan mensen met autisme
In Nederland zijn naar schatting 190.000 mensen met een vorm van autisme. Het hebben van autisme werkt door op vele levensterreinen waardoor zelfstandig leren, werken, wonen en meedoen in de samenleving voor mensen met autisme soms (heel) moeilijk is. Met meer kennis en begrip in de samenleving en met de juiste begeleiding van mensen met autisme en hun naasten zijn echter veel knelpunten in het leven van mensen met autisme oplosbaar. De werkgroep zal gericht zoeken naar oplossingen en verbetermogelijkheden en de staatssecretaris hierover adviseren.

Opdracht werkgroep autisme
De werkgroep bestaat uit acht (ervarings)deskundigen en zal tot eind 2014 actief zijn. In de komende maanden gaat de werkgroep knelpunten en verbetermogelijkheden inventariseren, o.a. door breed input te vragen aan mensen met autisme, hun naasten en andere deskundigen via social media. Dan start het verspreiden van goede voorbeelden en implementatie van verbetervoorstellen. Eind 2014 presenteert de werkgroep haar eindrapport aan de staatssecretaris.

De leden van de werkgroep zijn:
  • Merel van Vroonhoven (voorzitter van de werkgroep), lid raad van bestuur NS, onlangs gekozen tot topvrouw 2012 en ervaringsdeskundige;
  • Diederik Weve, werkzaam bij Shell en ervaringsdeskundige;
  • Aline Saers, directeur Per Saldo en ervaringsdeskundige;
  • Marjolein Schipper, hoofd beleidsteam Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA);
  • Karsten Klein, wethouder te Den Haag;
  • Egbert Reijnen, voorzitter raad van bestuur Leo Kanner huis, gespecialiseerd behandel- en kenniscentrum op het terrein van autisme en voorzitter bestuursraad Leo Kannerhuis Nederland;
  • Rutger Jan van der Gaag, psychiater en hoogleraar UMC Nijmegen, specialist op het terrein van autisme;
  • Lucas Middelhoff, bestuurder MEE Zuidoost Brabant en lid samenwerkingsverband autisme Zuidoost Brabant.

zaterdag 15 september 2012

Autisme is zó moeilijk te begrijpen

Autisme kent vele kanten. Overgevoelige zintuigen is er één van. Lawaai en fel licht roept paniek op. Het is slechts een facet. Iemand die er met verstand van zaken over kan praten is Sigrid Landman uit 't Harde. Zelf kwam ze er pas op haar 36ste achter dat ze leed aan het syndroom van Asperger. Hiermee kwam een eind aan een periode van martelende onzekerheid. Het zette haar aan tot het schrijven van het boek 'Moederen met autisme'.

door Dick van der Veen

Ingegeven door wat haar eigen moederschap opriep maar zeker ook door wat men, met als koploper de medische wereld, haar moeder aan deed. Die kreeg de schuld van het afwijkende gedrag van haar kind. ,,Zwaar verwaarloosd', 'Beter opvoeden' waren de kreten die het leven voor haar vergalden. Met dit boek en de drie andere die Sigrid sindsdien produceerde geeft ze inzicht en probeert leed bij anderen te voorkomen.

Sigrid gaf inmiddels 40 lezingen. Ze is wat ze zelf zegt een spraakwaterval, zoals mensen die morgen (donderdag) haar lezing in het Kulturhus bijwonen, zullen ervaren. De ene autist kruipt in de schulp, de ander praat honderduit. Gerrita Elskamp van de SWOE kwam via Internet op haar adres. ,,Zij kan met haar verhaal onze mantelzorgers een hart onder de riem steken. Als zij aan het woord is valt voor velen het kwartje''. Sirgid vertelt een met humor doorspekt levensverhaal, waarbij de lach de traan niet kan verdringen. Want autisme brengt door onbegrip en door de uiterlijke vormen veel verdriet met zich mee. ,,Ik vind het leuk om erover te vertellen. Mijn man en dochter zijn ook autistisch. Het komt bij de buitenwacht vaak voor alsof onze gevoelens rare capriolen maken. Doordat we heel rechtlijnig denken''. Als voorbeeld noemt ze een voorval met haar dochtertje. ,,We gingen met de trein en kregen de fiets er heel moeilijk uit. Daardoor misten we zo ongeveer de aansluiting. Een dag later weer met de trein zonder fiets. Valt een meisje flauw. Oponthoud. Zegt mijn dochter: had ze dat gisteren niet kunnen doen……''

Schoolvoorbeeld
Een vriendin die het gesprek bijwoont en die met haar van lezing naar lezing trekt heeft een autistisch kind. Wanneer middenin het interview op een vraag van de verslaggever over het maken van vriendinnen antwoordt dat ze valt op degenen waar ook wat mee is davert de lach door het SWOE-kantoor. ,,Die krijg je terug'', zegt de één en ,,Wat stom'' de ander. Een schoolvoorbeeld van wat autisme ook inhoudt. Het ontberen van takt. Er lijden veel meer mannen dan vrouwen aan autisme. Men zegt enkele gevallen op de duizend maar de praktijk leert dat er in elke schoolklas wel minimaal een kind zit dat eraan lijdt. Er zijn vier hoofdsoorten. ,,Ik behoor tot de groep die gemakkelijk verdoezelt. Kan geen hoofd- van bijzaken onderscheiden. Op school leerde ik dan een heel boek uit mijn hoofd. Zaten de hoofdzaken er in ieder geval bij.'' (volgende week deel twee...)





donderdag 21 juni 2012

Martine Delfos over het opvoeden van een kind met een beperking

Op 11 oktober 2011 hield MEE Utrecht, Gooi & Vecht een thema-avond voor ouders van een kind met een beperking. Het thema was: opvoeden van een kind met een beperking. De belangstelling voor deze avond was met zo’n 80 ouders en 20 professionals erg groot. Niet in de laatste plaats door een lezing van Martine Delfos, werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker, therapeut, docent en schrijfster.

Martine Delfos vertelde in haar lezing welke ontwikkeling een kind met een beperking in zijn leven doormaakt en welke rol ouders hierin kunnen hebben. Zij ziet ouders als de beste deskundigen van hun kind en adviseert de hulpverlening hier naar te luisteren.

De rijping van de hersenen verloopt bij kinderen met een beperking anders dan bij andere kinderen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een kind met een beperking van tien jaar gedrag laat zien dat je verwacht van een driejarige. Een kind van tien jaar dat door een gesprek van volwassenen heen praat, wordt gezien als brutaal. Maar aan een kind van drie jaar leg je rustig uit dat ze even stil moet zijn als volwassenen praten. Als tip geeft Martine Delfos dan ook aan ouders mee om goed te kijken bij welke leeftijd het gedrag van hun kind hoort en hier in de reactie op aan te sluiten.

Het ingewikkelde is dat kinderen met een beperking op verschillende gebieden verschillend kunnen functioneren. Zo kan een kind zich op sociaal gebied op een ander niveau gedragen dan bijvoorbeeld in taalgebruik of spel. Maar ook (of juist) dan geldt: sluit aan bij het niveau van het kind.

Deel 1


Deel 2


Deel 3


Deel 4


dinsdag 19 juni 2012

Tips voor ouders met een kind met autisme

Deskundige Rob Broersen geeft tips voor ouders met een kind met autisme. "Kinderen met autisme zijn puur en eerlijk."

Autisme is geen psychiatrische aandoening, maar een beperking op communicatief gebied. Daarom valt er met autisme goed te leven. Dat benadrukken Rob Broersen, deskundige op het gebied van autisme, en journaliste Lise van de Kamp. Om het ook voor de omgeving van mensen met autisme wat inzichtelijker te maken, schreven zij het boek Met Autisme Valt Goed te Leven!, vol tips voor ouders, partners en zorgverleners. Metro vroeg Rob Broersen vast naar wat goede tips voor ouders.

Contact buitenshuis
“Bij het contact buitenshuis is het van groot belang om te weten hoe lang je kind zonder problemen in gezelschap kan verkeren. Kinderen met autisme hebben namelijk vaak moeite met te veel geluiden, bijvoorbeeld als er veel mensen door elkaar praten. Als je weet hoeveel tijd je kind met andere mensen kan doorbrengen, zorg je ervoor dat hij of zij niet te lang in de harde geluiden zit en kun je angst en paniek voorkomen.”

Opruimen
“Voor de meeste kinderen is het al een hele klus om de kamer op te ruimen, maar voor kinderen met autisme kan dat nog een extra probleem worden. Zorg dat je een lijstje maakt waarop duidelijk staat wat er moet gebeuren. Zet dit in de juiste volgorde: eerst alle vieze kleding in de was, daarna weggooien wat weg mag, et cetera.”

Pesten
“Het komt vaak voor dat kinderen met autisme op school worden gepest. Probeer dat als ouder zo goed mogelijk in de gaten te houden. Vraag bijvoorbeeld op je school of er een pestprotocol is en of ze het actief hanteren. Kinderen met autisme zijn puur en eerlijk, ze nemen alles voor waar aan. Daarom vinden ze het moeilijk om het onderscheid tussen plagen en pesten te maken. Als er een grens bereikt wordt, kan er fysieke agressie ontstaan.”



Bron: Metro

vrijdag 8 juni 2012

Overlap Autisme en Schizofrenie

De aanwijzingen dat autisme en schizofrenie een gemeenschappelijke oorzaak hebben stapelen zich op. Uit onderzoek van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het UMC Utrecht blijkt dat beide aandoeningen veel gemeenschappelijke symptomen hebben en dat bovendien de genetische basis deels overeenkomt. Drie promotie-onderzoeken wijzen in die richting.

Patiënten met Multiple Complex Developmental Disorder (MCDD), een subtype van de aan autisme verwante stoornissen, vertonen symptomen die zowel in autisme als schizofrenie voorkomen. Mensen met MCDD hebben sociale problemen maar kampen ook met denkstoornissen en heftige stemmingswisselingen, en tot zestig procent van hen ontwikkelt als volwassene een stoornis binnen het schizofrene spectrum.

Kinder- en jeugdpsychiater Bertine Lahuis onderzocht of deze MCDD kinderen ook in biologisch opzicht verschillen van kinderen met autisme. Zij vond inderdaad afwijkingen bij MCDD kinderen die eerder gevonden zijn bij patiënten met schizofrenie. Opvallend genoeg is het totale hersenvolume bij MCDD niet vergroot, terwijl dat bij autisme wel het geval is. Dat suggereert volgens Lahuis dat MCDD later en op een andere manier dan autisme ontstaat.

MCDD is niet opgenomen in het handboek van psychiatrische aandoeningen, de DSM IV. Het wordt gezien als een subtype van ‘Pervasive Developmental Disorder - Not otherwise Specified’, een autisme-achtige stoornis. Utrechtse onderzoekers pleiten voor het erkennen van MCDD als aparte aandoening.

Kinderpsychiater i.o. Jacob Vorstman voert in zijn proefschrift bewijs aan voor een genetisch verband tussen autisme en schizofrenie. Hij onderzocht patiënten met het ‘22q11 deletie syndroom’. Deze mensen missen een stuk van hun DNA waardoor ze diverse medische problemen hebben, maar ook vaak schizofrenie ontwikkelen. Vorstman onderzocht zestig patiënten van 9 tot 18 jaar en vond in dertig autisme-achtige symptomen en in zestien psychotische problemen. Kennelijk spelen de ontbrekende genen, die in het 22q11-gebied liggen, zowel een rol bij het ontstaan van autisme als schizofrenie.

Eerder deze maand promoveerde Mirjam Sprong. In haar onderzoek vergeleek ze twee groepen jongeren tussen de 12 en 18 jaar. De eerste groep van 80 jongeren had symptomen die wezen op het voorstadium van een psychose, een symptoom van schizofrenie. De tweede groep van 32 jongeren had de diagnose MCDD. Beide groepen bleken vergelijkbare schizotypische persoonlijkheidstrekken en sociale problemen te hebben. Bovendien voldeed 78 procent van de jongeren met MCDD aan de criteria die wijzen op het voorstadium van een psychose.

“De strenge scheiding die we aangebracht hebben tussen autisme en schizofrenie was te voorbarig”, zegt prof. dr. em. Herman van Engeland, jeugdpsychiater bij het UMC Utrecht en promotor van Sprong, Lahuis en Vorstman. “Tussen beide aandoeningen bestaat veel overlap, het is een vloeiende overgang.”


Bertine Lahuis promoveerde en Jacob Vorstman en Mirjam Sprong verkregen hun doctorstitel op bovenstaand onderzoek, allen aan de Universiteit Utrecht.




maandag 4 juni 2012

Peter Vermeulen

Peter Vermeulen
Peter Vermeulen (Roeselare, 10 augustus 1962) is een Vlaams pedagoog en een autoriteit op het gebied van autisme.

Vermeulen werkte na zijn studies aan de Katholieke Universiteit Leuven als pedagoog in de geestelijke gezondheidszorg. Later ging hij werken voor de Vlaamse Vereniging Autisme en behaalde een doctoraat aan de Universiteit Leiden omtrent diagnostiek bij normaal begaafde personen met autisme.

Hij is medewerker van Autisme Centraal, een kennis- en ondersteuningsvereniging omtrent autisme en is tevens eindverantwoordelijke voor het tijdschrift van die vereniging.

Toen Vermeulen eind jaren '90 regelmatig de vraag kreeg naar teksten over het syndroom van Asperger, dat in die periode aan naambekendheid won nadat het in 1994 was opgenomen in het DSM IV, besloot hij het allereerste boek over mensen met deze vorm van autisme in het Nederlands te schrijven. Het boek "Brein bedriegt, als autisme niet op autisme lijkt" verscheen in 1999 en meerdere (inmiddels gezaghebbende) boeken volgden.

Peter Vermeulen neemt deel aan internationaal georganiseerde workshops en lezingen over autisme en wordt vaak gevraagd als spreker in België, Nederland, Scandinavië, hetVerenigd Koninkrijk en Canada.




Zoeken in Bol.com