Google+ Autisme, wat nu..?: Behandeling
Posts tonen met het label Behandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Behandeling. Alle posts tonen

zondag 3 januari 2016

Cannabis en Autisme

Cannabis medicijn bij autisme?
Uit een studie aan de gerenommeerde Stanford University in de VS blijkt dat cannabidoïden – die in cannabis voorkomen en ook van nature in ons lichaam zitten – wellicht een veelbelovend medicijn kunnen zijn bij de behandeling van autisme.

In het wetenschappelijke vakblad Autism Daily Newcast staat: “Een nieuwe studie laat zien dat mutaties die geassocieerd zijn met autisme de werking van hersenmoleculen blokkeren, moleculen die actief worden door dezelfde receptoren als waarop de actieve bestanddelen van marihuana werken.”

Cannabidoïden deblokkeren storingen
Dat klinkt ingewikkeld. Thomas Sudhof, een cellulaire neurowetenschapper aan de Stanford Universiteit, testte de mutaties die met autisme geassocieerd worden op muizen. Twee mutaties hebben direct te maken met het slecht(er) doorgeven van hersensignalen, doordat er hechtingsproblemen zijn met de elektrische impulsen in het brein. Een elektrische impuls van een hersencel wordt normaal gesproken omgezet in een chemisch signaal in de synaps, en dat werkt bij autisme dus niet. En dat heeft direct te maken met de werking van cannabidoïden. Sudhof: “Dit suggereert dat autisme veroorzaakt zou kunnen worden door een onderbreking van het vermogen van het brein om duidelijk signalen te zenden.”

Deze bevindingen suggereren dus dat cannabidoïden gebruikt kunnen worden als behandeling bij autisme, omdat zij die verstoring van de cannabidoïden-receptoren in het lichaam kunnen deblokkeren!

‘Dramatische gedragsverbeteringen
Het onderzoek van Stanford wordt bovendien ondersteund door een andere studie van Danielle Piomelli van UC Irvine en Olivier Manzoni van INSERM, het Franse nationale researchcentrum. Zij behandelden muizen die het zogenaamde Fragile-X-Syndrome bezaten, een afwijking die autistische symptomen veroorzaakt. Hun methode bestond uit het toedienen van nieuwe verbindingen die de signaalfunctie van deendocannabidoïden transmitters in de hersenen corrigeren (iets wat cannabidoïden kunnen doen). Hun conclusie: “De muizen vertoonden dramatische gedragsverbeteringen in een doolhof-test, waarbij we angst en de acceptatie van open ruimte maten.”

Vanzelfsprekend moet er meer onderzoek volgen om zeker te weten dat cannabis een effectieve autismebehandeling is, maar deze bevindingen noemen de geleerden ‘veelbelovend’. Autism Daily Newcast zegt het zo: “Families die cannabis reeds gebruiken om hun kinderen te behandelen geloven dat het alle verschil van de wereld heeft gemaakt. En veel autistische kinderen krijgen nu medicijnencocktails toegediend die wellicht veel heftiger zijn dan marihuana, en bovendien serieuze bijwerkingen en beperkte resultaten opleveren.”

Bron
Joey’s Strain: Cannabis Created for Symptoms Related to Autism

woensdag 15 april 2015

JONGE KINDEREN MET AUTISME GEHOLPEN DOOR MASSAGETHERAPIE

Autistische jonge kinderen lijken geholpen door een speciaal voor autistische kinderen ontwikkelde massagetherapie. Autistiform gedrag nam gemiddeld met eenderde af bij jonge kinderen die gedurende de eerste vijf maanden na de diagnose de massagebehandeling ondergingen. Dit meldt Klik.org naar aanleiding van een onderzoeksverslag dat gepubliceerd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Autism research and treatment.

De resultaten van de therapie zijn veelbelovend. 103 baby's en kleuters (tot 6 jaar) met een ernstige autistische stoornis werden vijf maanden gemasseerd. Alle kinderen gingen er qua gedrag en taalontwikkeling aanzienlijk op vooruit. Daarnaast nam het autistische gedrag met 32 procent af. De zintuiglijke problemen van de patiëntjes namen met 38 procent af en overgevoeligheid voor aanraken en structuur daalde met 49 procent. De massagetherapie werd door de ouders uitgevoerd.

De deelnemende ouders waren ook positief over de therapie. De stress die zij ervoeren doordat ze problemen hadden om met hun kind te communiceren of omdat het kind zintuiglijke problemen had, nam met 44 procent af. Daarnaast verbeterde het gehechtheidsproces en de interacties tussen de ouders en hun kind. Zo gaven ouders aan dat ze meer vertrouwen kregen en dat ze dichter bij hun kind waren gekomen. De massagetherapie werd door de ouders zes of zeven keer per week, elk in sessies van 15 minuten, gegeven. De kinderen kregen geen psychofarmaca. Hoewel de resultaten zeer veelbelovend zijn, hangen de resultaten wel af van de therapietrouw, aldus bedenker van de massagetherapie Louisa Silva.

Uit het onderzoek blijkt dat zowel slimme kinderen als kinderen met een verstandelijke beperking baat hebben bij de massagetherapie. Dit is belangrijk, aldus Silva, want er zijn momenteel weinig behandelingen die laagfunctionerende autistische kinderen helpen. Omdat de therapie bestaat uit een massage van het lichaam is het niet nodig dat de patiëntjes een zekere taalvaardigheid hebben of het vermogen om aandacht te richten. Bij andere therapieën is dat vaak wel zo.

Klik hier om een film over de massagetherapie te zien (in het Engels).

© Nationale Zorggids





vrijdag 3 april 2015

Top-behandeling voor kinderen die nog niet aan onderwijs toe zijn

Samen met Scholengemeenschap De Brouwerij heeft het Dr. Leo Kannerhuis een gezamenlijk onderwijs- en zorgarrangement voor jonge kinderen met autisme ontwikkeld. Deze onderwijsgroep (Top-behandeling) is gehuisvest in het Oolgaardthuis in Arnhem. De Top-behandeling richt zich op kinderen tussen 3 - 5 jaar die door autisme-problematiek (nog) niet kunnen deelnemen aan het onderwijs.

De behandeling vindt plaats tijdens groeps- en individuele momenten in en buiten de klas. Een leerkracht en een sociotherapeut zijn in de klas aanwezig. Het kind komt bij aanvang drie keer in de week van 9.00 - 14.00 uur naar de top-behandeling. De behandeling bestaat uit Pivotal Response Treatment (PRT) en wordt zowel in de klas als thuis toegepast. Naast PRT worden technieken uit de toegepaste gedragsanalyse gebruikt om gedragsproblemen te verminderen. Het uiteindelijke doel is om het kind te laten deelnemen aan het onderwijs. Ouders worden actief bij de behandeling betrokken: een groot deel van de behandeling vindt thuis plaats.

Aanmeldcriteria en aanmelden voor de Top-behandeling
www.leokannerhuis.nl/top-behandeling

Brochure topbehandeling
Download de brochure topbehandeling van het Dr. Leo Kannerhuis





maandag 30 maart 2015

Autisme genezen is barbaars en uit de tijd

We willen tenslotte ook homo's niet meer 'genezen'

Ooit werd er hardnekkig geprobeerd om van homoseksuele mensen ‘normale' hetero's te maken. Vallen op iemand van hetzelfde geslacht was immers een ziekte. Uiteraard tevergeefs. Daarna werden leerlingen op basisscholen gedwongen om met rechts te schrijven. Een uiterst frustrerend en tegennatuurlijk gevoel voor de linkshandigen van destijds. En nu probeert men kinderen met autisme te 'genezen'. The New York Times schreef onlangs een artikel over kinderen die blijkbaar inmiddels genezen zijn verklaard door middel van intensieve therapie en scholing.

Belangengroepen voor autistische personen bestrijden echter ten zeerste dat autisme genezen moet worden. Ik vind het schokkend en tegen de ethische normen ingaan om kinderen al dan niet te ‘genezen’ van autisme. Daarnaast lijkt het alsof we door deze berichten keihard terug worden geworpen in de tijd, waarin homo’s en linkshandigen gedwongen werden om zich zo maatschappelijk mogelijk aan te passen.

In het boek 'Wij zijn ons brein' van Dick Swaab, wordt ook stilgestaan bij het autismefenomeen. Swaab beweert hierin dat autisme nog maar kort wordt gezien als een ontwikkelingsstoornis, waarvan de basis ligt in de baarmoeder. Voordat deze bevindingen bekend werden, nu pas zo’n dertig jaar geleden (!!), werd na langdurige onderzoeken door deskundigen aan de ouders medegedeeld dat hun kind 'anders' was en dat dit wellicht te maken had met de opvoeding. Uitspraken van Leo Kanner (de ontdekker van autisme in 1943) waren mede debet aan het feit, dat psychologen aan de ouders van autistische kinderen meegaven dat ze voor een deel zélf schuldig waren aan het ontwikkelen van autisme bij hun kind. Hij beweerde immers dat autisme de schuld was van het ontbreken aan warme contacten met de moeder. Waarin hadden zij gefaald?

Nu de wetenschap een zogenaamde inhaalslag probeert te maken op het gebied van het bestrijden van autisme bij kinderen, lijkt ook de biomedische wereld hierop in te spelen. Katherine Reid, een Amerikaanse biochemicus, denkt op een simpele en doeltreffende manier autisme bij kinderen te lijf te kunnen gaan. Zij beweert dat een sterke vermindering van de inname van mononatriumglutamaat (MSG oftewel E621), kan leiden tot het genezen van autisme. Volgens haar heeft een E621-arm dieet inmiddels baat gehad bij vierenzeventig van de vijfenzeventig geteste kinderen met autisme. Wetenschappers zeggen echter dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de bevindingen van Reid.

Er zijn daarnaast ook bevindingen dat autisme niet valt te genezen. Dat men probeert dit op allerlei geforceerde manieren wél te doen, is gebaseerd op een gevoel van onmacht, onwetendheid en het almachtige streven naar perfectie. Het zit blijkbaar in de mens om alles wat afwijkt te stigmatiseren en naar eer en geweten te verklaren, te onderzoeken en/of te verbeteren. Voor elk syndroom, afwijking, beperking of wat voor soort van ‘anders zijn’ dan ook, is tegenwoordig een bijpassend recept en oplossing voor handen, om de gewenste of gevraagde 'norm der normaalheid' te kunnen bewerkstelligen. Gelukkig vaak tegen beter weten in. Daarnaast kunnen autistische mensen zich vaak geen leven voorstellen zonder hun kenmerkende levensstijl en zou een wereld zónder autisten er kleurloos en onderontwikkeld uitzien (denk hierbij aan de vele geniale en beroemde autisten uit de geschiedenis).

Laten we dan ook in plaats van het bestrijden en oplossen van autisme, proberen om deze mensen te helpen en te ondersteunen. Want genezen zit er niet in. Maar ouders, docenten en coaches kunnen wel een omgeving creëren, waarin een autistisch iemand volledig tot ontplooiing kan komen. Met de juiste benadering, begeleiding én vrijheid zullen zij tot veel moois in staat zijn. En enkel dát is pas een gegeven dat in onze huidige tijd en maatschappij thuishoort!

Dit stuk verscheen eerder in NRC Next
www.joop.nl



maandag 16 december 2013

ABA bij kinderen met autisme

een inleiding op Applied Behavior Analysis voor ouders, begeleiders en leerkrachten

Applied Behavior Analysis is een wetenschappelijk onderbouwde methode om kinderen met autisme in kleine stapjes belangrijke vaardigheden te leren. Deze gestructureerde aanpak is vooral effectief wanneer deze vanaf jonge leeftijd wordt toegepast. Dankzij de indrukwekkende resultaten wordt de methode ook in Nederland steeds vaker gebruikt.

In ABA BIJ KINDEREN MET AUTISME beschrijven de auteurs op heldere wijze wat ABA is en welke technieken er worden toegepast. Daarbij wordt er ook ingegaan op wat deze intensieve behandelvorm betekent voor het kind en de ouders.

- Concrete voorbeelden voor thuis en op school maken dit boek zeer geschikt voor ouders, begeleiders en leerkrachten
- Met bijdragen van verschillende Nederlandse deskundigen en onder redactie van Bibi Huskens en Robert Didden
- ABA BIJ KINDEREN MET AUTISME is de eerste Nederlandstalige uitgave over ABA die gericht is op ouders




zondag 15 december 2013

Erkenning voor dagbehandeling kinderen met ASS 3-7 jaar

De interventie 'Dagbehandeling kinderen met een autismespectrumstoornis 3-7 jaar' is door de Erkenningscommissie Interventies erkend als goed onderbouwd.

De interventie biedt jonge kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) vijf tot negen dagdelen behandeling in kleine groepen van zes à zeven kinderen, gedurende één tot anderhalf jaar. Daarbij is er veel structuur in tijd, ruimte en activiteiten, wordt de communicatie systematisch visueel ondersteund en is er veel één-op-éénbegeleiding. Voor de ouders zijn er oudergesprekken, pedagogische thuisbegeleiding en een oudercursus.

Een interventie is 'goed onderbouwd' als die goed beschreven is en het aannemelijk is dat de interventie het gestelde doel kan bereiken. Erkende interventies worden opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Eén van de conclusies in de NVA-enquête ‘Allemaal autisme, allemaal anders’ (2013) is dat intensieve behandelingen waarvan de effectiviteit wetenschappelijk is aangetoond, relatief weinig worden gebruikt. De NVA pleit voor meer aandacht voor wat wel of niet werkt in de behandeling van kinderen en volwassenen met autisme.

Lees hier meer over deze dagbehandeling

De interventie is ontwikkeld door:
Youké
Verlengde Slotlaan 109
Postbus 867
3700 AW Zeist

Contactpersoon: Yvonne Kooijman
Email: ykooijman@trajectum.nl
Telefoon: 030-6936800

Website
www.trajectum.nl





woensdag 4 december 2013

KNUFFELHORMOON MAAKT KINDEREN MET AUTISME SOCIALER

De behandeling met het knuffelhormoon oxytocine bij autisme staat nog in de kinderschoenen maar de resultaten van onderzoek naar het hormoon zijn veelbelovend. Het knuffelhormoon verandert de hersenactiviteit bij kinderen met een autistische stoornis waardoor ze onder andere socialer worden. Dat meldt GGZ Nieuws.

Voor het onderzoek van Yale University kregen zeventien kinderen met autisme tussen acht en zestien jaar twee neussprays. De ene neusspray bevatte het hormoon oxytocine, de andere een placebo. De onderzoekers vergeleken de hersenactiviteit van de kinderen nadat zij een van beide neussprays hadden gebruikt. Daarbij kregen de kinderen foto's te zien van mensen (sociaal) en auto's (niet-sociaal). De delen van de hersenen die normaal gesproken in verband staan met sociale situaties waren actiever bij de kinderen die het knuffelhormoon toegediend hadden gekregen dan bij de kinderen die met de placebo hadden gesprayd.

De onderzoekers zijn erg enthousiast over de resultaten van het onderzoek. “Alle zeventien kinderen lieten effecten zien, maar de mate van effect verschilde wel,” zegt onderzoeker Kevin Pelphrey. “Rondom oxytocine zijn nog steeds veel onduidelijkheden maar ons onderzoek suggereert dat het de sociale hersenfuncties vergroot en de niet-sociale functies vermindert. Hierdoor kunnen kinderen zich beter focussen op sociaal relevante informatie,” aldus de onderzoeker.

Pelphrey benadrukt dat ouders hun kinderen niet zomaar oxytocine moeten geven. “Misschien heeft het effect maar het kan ook schade aanbrengen,” waarschuwt hij. Grotere vervolgonderzoeken moeten nu uitwijzen over de voordelen en bijwerkingen van het hormoon bij kinderen met autisme.

Bron: Nationale Zorggids




zondag 27 januari 2013

Pivotal response treatment

focus op motivatie en communicatie bij autisme

Kinderen nemen van jongs af aan veel initiatief om contact met anderen te maken. Hierdoor leren ze taal gebruiken, oogcontact maken, beurt nemen, imiteren, gespreksvaardigheden, emoties herkennen, sociale regels enzovoort. Kinderen met een autisme spectrumstoornis nemen dat initiatief veel minder vaak; hierdoor missen ze veel natuurlijke leermomenten die andere kinderen wel ervaren. De beperkte motivatie om zich tot anderen te richten wordt gezien als een kernprobleem bij mensen met autisme, dat van grote invloed op hun verdere ontwikkeling is. Pivotal Response Treatment (PRT) richt zich op dit kernprobleem, omdat is gebleken dat wanneer je deze kern aanpakt, andere deelvaardigheden zich als vanzelf ontwikkelen.
Naast de uitleg van de belangrijkste kenmerken en technieken van PRT, wordt het belang van ouderparticipatie en de behandeling in de dagelijkse praktijk toegelicht. In dit toegankelijke boek zijn zowel wetenschappelijke achtergronden beschreven als nuttige en verrassende voorbeelden uit de praktijk. Pivotal Response Treatment is hierdoor een praktische handleiding voor ouders, hulpverleners en leerkrachten.
Centrum Autisme zet in Nederland sinds 2006 PRT met succes in bij de behandeling van kinderen met autisme; daarnaast leiden ze PRT -hulpverleners op.

Robert Koegel en Lynn Kern Koegel zijn oprichters van het Koegel Autism Center aan de Universiteit van California. Robert heeft zich onder andere toegelegd op gezinsondersteuning; Lynn is gespecialiseerd in het verbeteren van communicatie met kinderen met autisme. Samen hebben ze Pivotal Response Treatment ontwikkeld.



woensdag 12 december 2012

‘Baan bij autisme werkt beter dan behandelen’

Ook jonggehandicapten (Wajongers) met autisme kunnen uiterst waardevolle arbeidskrachten zijn. Geef ze klussen waarin hun stoornis geen nadeel, maar juist een voordeel is. Laat ze niet zwemmen, en voorkom situaties waarin ze overprikkeld raken. ‘Je moet er niet van staan te kijken als je organisatie er beter van wordt.'

Deze conclusie valt te trekken uit het leerwerktraject Test Engineer, dat tussen najaar 2010 en najaar 2012 bij Philips in Nederland draaide. 'Om ervan te leren', zegt Frank Visser, manager van het Philips Werkgelegenheidsplan (WGP) en drijvende kracht achter de pilot. Al met al waren de ervaringen dermate positief dat er binnenkort een tweede – op aspecten verbeterde – editie komt.

Beeldvorming
Frank Visser verwacht dat het nieuwe leerwerktraject nóg duidelijker zal maken dat het onterecht is dat de diagnose autisme of aanverwante stoornis vaak gelijk staat aan veroordeeld zijn tot een werkloosheidsuitkering. 'De beeldvorming is nog steeds: "Die mensen kunnen niks". Terwijl een groot percentage bovengemiddeld intelligent is.'

Omslag
De andere denkwijze van autisten blijkt in bepaalde functies juist hun sterkte te zijn. Visser: 'Zet ze in op taken waar ze goed in zijn en ze brengen vaak iets extra's: zien dingen die anderen over het hoofd zien, werken volgens strikte protocollen, brengen nieuwe inzichten in, gaan door waar anderen ophouden. Die omslag in het denken over mensen met autisme wordt nog te weinig gemaakt.'





zaterdag 20 oktober 2012

Persoonlijkheidsstoornissen komen ook bij jongeren vaak voor

Persoonlijkheidsstoornissen blijken bij jongeren net zo vaak voor te komen als bij volwassenen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Dineke Feenstra. De ervaren ziektelast en hoge kosten zijn belangrijke argumenten om effectieve behandelprogramma’s voor deze jongeren te ontwikkelen.

In de geestelijke gezondheidszorg (GGz) voor volwassenen, en zeker in klinische settingen, zijn persoonlijkheidsstoornissen een van de meest voorkomende ziektebeelden. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis ervaren vaak veel last en kennen een lage kwaliteit van leven. Inmiddels weten we dat psychotherapie kan leiden tot vermindering van klachten en een verbetering in de kwaliteit van leven bij volwassen mensen met een persoonlijkheidsstoornis.

Diagnose bij jongeren nauwelijks gesteld
Door hulpverleners in de kinder- en jeugd GGz worden persoonlijkheidsstoornissen nauwelijks vastgesteld. Het algemeen heersende idee is dat persoonlijkheidsstoornissen pas na het 18e levensjaar gediagnosticeerd mogen worden. In het veel gebruikte handboek voor psychologen en psychiaters (de DSM-IV) staat echter dat persoonlijkheidsstoornissen ook bij kinderen en jongeren mogen worden vastgesteld.

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat dit helemaal te rechtvaardigen is. Persoonlijkheidsstoornissen blijken net zo vaak voor te komen bij jongeren als bij volwassenen. Veel jongeren met een persoonlijkheidsstoornis hebben daarnaast ook andere diagnoses, zoals angst- of stemmingsstoornissen.

Hoge ziektelast en kosten
Jongeren met de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis ervaren, net als volwassenen met een persoonlijkheidsstoornis, een hoge ziektelast. Zij ervaren een lage kwaliteit van leven. Een persoonlijkheidsstoornis bij jongeren brengt tevens hoge medische kosten met zich mee. Jongeren met deze diagnose worden vaker opgenomen waardoor de medische kosten al snel oplopen. Veel van deze jongeren lukt het niet om naar school te gaan of om een baantje vol te houden. Dit brengt ook maatschappelijke kosten met zich mee. De omvang hiervan is echter nog onbekend.

Noodzaak effectieve behandeling
Momenteel zijn er nog maar weinig gegevens bekend over effectieve behandelprogramma’s specifiek gericht op deze doelgroep. De ervaren ziektelast en de hoge kosten zijn echter belangrijke argumenten om effectieve behandelprogramma’s voor deze jongeren te ontwikkelen. In dit onderzoek werd een klinische behandelsetting onderzocht. Door klinische psychotherapie lijken deze jongeren beter in hun vel te gaan zitten en ze weten dit resultaat ook na de behandeling vast te houden. De onderzochte klinische setting lijkt vooral tot goede resultaten te leiden voor jongeren met persoonlijkheidsstoornissen uit het ‘angstige’ cluster (cluster C). Verder onderzoek naar en ontwikkeling van effectieve behandelprogramma’s voor jongeren met persoonlijkheidsstoornissen is van groot belang.

Promotie
Dineke Feenstra promoveerde op 17 oktober 2012 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift “Personality disorders in adolescents: prevalence, burden, assessment, and treatment”.

Dineke is psycholoog en werkzaam bij de onderzoeksafdeling VISPD en de Unit Jeugd van de Viersprong, landelijk centrum voor persoonlijkheidsproblematiek.





zaterdag 26 mei 2012

Ontlastingsproblemen bij kinderen met een autismespectrumstoornis

Encopresis, ook wel fecale incontinentie of ontlastingsincontinentie genoemd, is een bekend kinderpsychiatrisch, kindergeneeskundig en psychologisch probleem bij kinderen. In 80% is achterliggend sprake van obstipatie (verstopping). De combinatie van medische en psychologische oorzaken maken ontlastingsproblemen lastig behandelbaar (Borwitz, et al, 2002; Buttross, 1999).

Ontlastingsproblemen hebben een ongekend grote impact op het sociaal-emotionele functioneren van kind en gezin, hetgeen in hulpverlening vaak onvoldoende wordt onderkend (Cox, et al, 2002; Everdingen van, & Groeneweg, 2005).

Uitspraken van cliënten en ouders vanuit de praktijk mogen de impact van deze klachten op kind en gezin benadrukken:

“Als mijn zoon om een knuffel vraagt, zet ik eerst een stap achteruit omdat hij stinkt. Dat is toch het ergste wat een kind kan overkomen, steeds weer afgewezen worden door je eigen moeder …”

“Mijn dochter was zindelijk, maar sinds ze op de basisschool zit, poept en plast ze weer in haar broek. Ze klaagt nu ook dagelijks over buikpijn en wil niet meer naar school …”

“Ik heb elke dag ruzie met mijn dochter. Dagelijks vind ik vieze broeken (in de wasmand, onder haar bed). Ongelukjes tot daar aan toe, maar waarom blijft ze er in rondlopen? Waarom liegt ze erover …?”

“Mijn leerkracht van groep 6 zegt dat ik te lui ben om naar de wc te gaan. Ik ben anderen tot last met mijn vieze broeken. Ik wil wel eerder naar de wc gaan, maar ik voel het niet aankomen. Vaak als ik ga lopen zit het zo maar ineens in mijn broek …”

“Ik ben 8 jaar en mijn zusje van 5 noemt me net als mijn ouders ‘biobak’ …”

“Ik ben 15 jaar en ik heb een eigen stoel in de kamer: een plastic tuinstoel, omdat ik anders de bank bevuil. Iedereen maakt zogenaamd grappige opmerkingen, maar ik wil geen eigen 'poeptroon' …”



Het volledige artikel is hier te downloaden als PDF.

Bron: Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme





zaterdag 4 februari 2012

Effect neurofeedback bij autisme blijft omstreden

Kinderen en jongeren met een autistische stoornis kunnen met neurofeedbacktrainingen hun hersenactiviteit beïnvloeden. Bij het merendeel wordt de hoeveelheid trage hersengolven minder. Ook verbetert de cognitieve flexibiliteit - het vermogen om te schakelen van de ene situatie naar de andere. Dat effect blijft ook na een jaar bestaan. Maar of neurofeedback het functioneren van kinderen met autisme echt kan veranderen blijft omstreden, concludeert orthopedagoog Mirjam Kouijzer in het proefschrift waarop ze op 2 december promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Kouijzer vindt de toepassing van neurofeedback bij autisme nog niet overtuigend en zou het nog niet adviseren: ‘Er zijn wel degelijk kinderen en jongeren met autisme die postieve effecten van neurofeedback ervaren, maar er zijn er ook een heleboel waarbij dit niet het geval is. Neurofeedback is tot op heden een experimentele behandeling, waarvan de effectiviteit ook in mijn studie nog niet wetenschappelijk is aangetoond.’

Hersenactiviteit beïnvloeden
Kinderen en jongeren met autisme hebben vaak problemen met communicatie, symbolen en gebaren, sociale interacties of wederkerigheid in gesprekken, of vertonen stereotype of repetitief gedrag. De reguliere behandeling is met medicijnen of gedragstherapie. Soms wordt ook neurofeedback ingezet. Mensen met autisme hebben in hun EEG-patroon veel trage golven, golven met grotere bewegingen. Met behulp van neurofeedback leert iemand zijn eigen hersenactiviteit te beïnvloeden en de hoeveelheid trage hersengolven te verminderen. De persoon ziet de hoeveelheid hersenactiviteit op een grafiekbalkje op een computerscherm en krijgt als opdracht om het balkje op een gewenste hoogte te krijgen door het brein in de juiste toestand te brengen.

Verandering in hersenactiviteit komt door neurofeedback
De promovenda deed drie opeenvolgende studies, twee onder jongeren van 8 tot 12 en één onder jongeren van 12 tot 18 jaar, in totaal namen 72 jongeren van scholen voor speciaal onderwijs deel aan het onderzoek.

De resultaten van het derde onderzoek - onder jongeren tussen de 12 en 18 jaar - waren minder eenduidig. Bij de helft van deze jongeren was het aantal trage hersengolven minder geworden en konden ze beter schakelen tussen verschillende acties, maar hun autistische symptomen waren niet veranderd. Dat kan volgens Kouijzer liggen aan de leeftijd: ‘We hadden te maken met pubers. Misschien zijn gedragsveranderingen niet zo makkelijk te bereiken bij deze doelgroep, of misschien hebben ouders minder zicht op het gedrag van hun puberende kind.’

Redelijk positief
De resultaten uit de eerste twee studies onder kinderen van 8 tot 12 jaar waren positief. Bij de kinderen uit het eerste onderzoek was na de trainingen het aantal trage hersengolven gedaald, ze konden beter schakelen en hun gedrag was verbeterd.

In de tweede studie met twintig kinderen, waarvan de helft neurofeedback kreeg en de andere helft niet, waren na afloop bij zes van de tien de hoeveelheid trage hersengolven gedaald. Na afloop oordeelden ouders positiever over de sociale interacties en de communicatie-vaardigheden van hun kind, de kinderen presteerden beter op de ‘schakeltaken’ en ze deden dat ook beter dan leeftijdgenootjes in de controlegroep.

Misschien bevooroordeeld
In beide eerste studies waren de ouders redelijk positief over de gedragsverandering van hun kind. Kouijzer plaatst daarbij enkele kanttekeningen: ‘Ouders kunnen bevooroordeeld zijn door de verwachtingen. De ouders in mijn eerste onderzoek moesten hun kinderen halen en brengen. Dat is een flinke tijdsinvestering en daardoor waren hun verwachtingen waarschijnlijk ook hoog. Het tweede onderzoek vergde minder inzet van ouders, maar ook hier kunnen de resultaten gekleurd zijn door de verwachtingen.‘

Verder wijst de onderzoekster op mogelijke aspecifieke effecten, dat zijn effecten die niet direct met neurofeedback te maken hebben, maar wel met de omgeving. ‘Misschien gaan kinderen wel vooruit omdat ze allerlei interessante elektroden op hun lichaam geplakt krijgen of met geavanceerde apparatuur werken, of omdat ze leren om zich te focussen op een computerscherm met balkje.‘ Deze mogelijke ‘ruis’ werd weggenomen in de derde studie met de huidgeleidingsbiofeedback.

Mirjam Kouijzer (Hulst, 1984) studeerde pedagogische wetenschappen en voltooide (cum laude) de Research Master Behavioral Science aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2008 begon ze met haar promotieonderzoek aan het Behavioural Science Institute van diezelfde universiteit.


Zoeken in Bol.com