Google+ Autisme, wat nu..?: Prikkelverwerking
Posts tonen met het label Prikkelverwerking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Prikkelverwerking. Alle posts tonen

vrijdag 28 november 2014

Autisme-De Werkelijke Betekenis van 1 op de 68

door: John Elder Robison, vertaald door Jitske voor Nieuwetijdskind.com

Wat filosofische gedachten over de functie van mensen met autisme in onze samenleving

1 op de 68. Wat zeggen die getallen jou?

Terwijl je daar over nadenkt ben ik zo vrij om wat te vertellen over wat het voor mij betekent.

Voor mij betekent het dat we een groot deel van de bevolking zijn – groter dan iemand ooit vermoedde. Met de laatste cijfers zijn we talrijker dan het aantal Japanse immigranten, Amerikaanse Joden, of de oorspronkelijke Amerikanen, om maar drie voorbeelden te noemen. Net als bij deze groepen, zijn er onder de leden mensen die succesvol en anderen die dat niet zijn. Net als bij deze groepen zijn we lange tijd slachtoffer geweest van uitsluiting en discriminatie. Maar nu gaan we voor onze rechten opkomen.

De afgelopen twintig jaar zijn onze aantallen gestaag toegenomen, omdat we autisme preciezer hebben omschreven. Of door psychologische tests of door afmeten aan biologische maatstaven, wordt de groep van autisten steeds groter. We beseffen dat er niet maar een soort autisme is; er zijn vele paden die leiden naar een gemeenschappelijke aantal gedragskenmerken dat we het autistisch spectrum noemen (ASS). In Amerika is die trend nog duidelijker doordat in de DSM5 (handboek voor de classificatie van psychische stoornissen) Asperger, PDD-NOS en het traditionele autisme onder de gezamenlijke noemer van ASS bij elkaar zijn gebracht.

Critici vragen zich af of we niet aan het over-diagnosticeren zijn, maar ik denk dat het correcter is om te zeggen dat we meer mensen herkennen, omdat artsen leren bepaald gedrag als kenmerken van autisme te zien. Daarnaast komen wetenschappers die werken aan het ontwikkelen van biologische tests – zoals bloed en DNA analyses, herkenning van patronen in hersenen met MRI – met steeds grotere groepen mensen. En de uitkomsten van de experimentele tests worden ondersteund door een gulden maatstaf als ADOS (Autisme Diagnostisch Observatie Schema).

De cijfers van het CDC (Centers for Disease Control and Prevention) over hoe vaak het voorkomt zijn gebaseerd op studies onder kinderen, waardoor sommige mensen aannemen dat er een epidemie onder kinderen heerst. Wellicht realiseren zij zich niet dat studies onder volwassenen met dezelfde aantallen mensen met autisme komen als de nieuwere evaluatietechnieken en criteria worden toegepast. Dat draagt bij aan een groeiend inzicht dat autisme altijd al onder ons is geweest, zij het onopgemerkt.

We meenden altijd dat de meeste autistische mensen intellectueel niet veel waard waren. Die beperkte visie kwam voort uit een beperkt begrip van wat autisme precies inhoudt. Nu onze kennis toeneemt zien we dat er meer mensen zijn met wat als een normale intelligentie gezien kan worden, en sommigen zelfs buitengewoon intelligent zijn. Hoe meer autisme als zodanig wordt vastgesteld, hoe meer de verdeling van intelligentie onder onze gemeenschap gelijk op loopt met die van de bevolking in het algemeen.

Eén ding blijft nog zorgwekkend anders – we hebben veel meer medische en psychische problemen dan de rest van de bevolking. Sommigen van ons zijn al ziek vanaf hun geboorte. Anderen kunnen zich niet makkelijk uitdrukken, of kunnen anderen moeilijk begrijpen. Volwassen lijken eerder oud te worden en in de loop van hun leven andere medische complicaties te ontwikkelen. Sommigen van ons zijn ernstig gehandicapt. Daarnaast zijn er depressies, angsten en veel andere psychiatrische problemen.

We hebben nog een ding gemeen: we zijn in het nadeel als het gaat om de omgang met de “normale” wereld, de meerderheid van de mensheid. Interessant genoeg kan dit ook gezegd worden van andere minderheidsgroepen in Amerika.

Het grootste verschil tussen ons en andere minderheidsgroepen is dat we tot voor kort onzichtbaar waren. We zien er niet anders uit en voor de opkomst van psychologische tests was er geen manier om er achter te komen wie we waren. Misschien dat we naar anderen keken en verwante zielen zagen, maar door het gebrek aan kennis over autisme wisten we nooit dat het meer was dan dat.

Onze identiteit kregen we tegen een hoge prijs. Voor velen betekende het label autisme een stigma. Autisme neigt ons in sociaal opzicht te isoleren, en de meeste volwassenen van mijn leeftijd werden pas op latere leeftijd als autistisch herkend. En als het dan zover was, werd de diagnose gebruikt om ons probleem te beschrijven en niet als een stuk van onze identiteit.

Dit is nu allemaal aan het veranderen.

Nu er een groepsidentiteit ontstaat, beginnen we controle te krijgen over ons lot. Sommigen van ons zijn agressief, anderen zijn kwaad. Sommigen zijn bescheiden, maar ook dat is aan het veranderen. We laten van ons horen. We krijgen meer grip op het brede scala aan voorzieningen en diensten die we nodig hebben om in de samenleving te kunnen leven. We erkennen eindelijk de behoeften van volwassenen en oudere mensen met autisme We laten meer en meer van ons horen en maken duidelijk wat we nodig hebben op het gebied van onderwijs, geneeskunde, arbeidsplaatsvoorzieningen en de openbare beleidsmaatregelen.

En we worden ons ook nog bewust van iets echt interessants nu duidelijk wordt wat de werkelijke omvang is van onze gemeenschap: we worden ons bewust dat een groot deel van ons veronderstelde onvermogen een bedenksel van de moderne samenleving is.

Dat zien we als we naar de geschiedenis kijken en ons afvragen wat autistische mensen deden zo’n 100, 500 of 2000 jaar geleden. Toen gedacht werd dat we zeldzaam waren, was het makkelijk om net te doen alsof we niet bestonden. Maar nu, met het besef dat er in elke paar dozijn huishoudens waarschijnlijk altijd wel autistische familieleden zijn geweest, en dat autisme vaak wordt overgedragen van vader op zoon op kleinzoon, moeten we ons beeld herzien. Zo algemeen als autisme is – en geweest is – vragen we ons af hoe het zolang onzichtbaar is gebleven.

Het onvermijdelijke antwoord is dat we ons hebben aangepast. We groeiden op en gingen werken, net als ieder ander. De sociale verschillen die ons tegenwoordig verlammen maakten ons in vroeger tijden minder ongeschikt, toen mensen hun hele leven in dezelfde kleine groepen leefden en werkten. De sporen van autistisch denken en uitdrukken in geschriften uit het verleden laten zien dat we niet alleen maar bestonden, maar dat sommigen van ons leidende denkers waren. Een groot deel, bijvoorbeeld, van De kunst van het oorlogvoeren van Sun Tzu is eigenlijk een verslag van een Asperger manier van denken over militair succes. En er zijn meer van zulke voorbeelden te vinden in geschriften van grote religies, en bij veel van de grote filosofen.

We kunnen bijna zeggen dat een “onzichtbare hand” van autistisch denken betrokken was bij de vorming van religies en logische geschriften in de afgelopen millennia. Dat is een van de dingen die ik heb bestudeerd hier op William & Mary (universiteit in Williamsburg, VS)

Autistisch gedrag werd onderkend, maar autisme als een bepaalde staat van zijn werd voor de 20ste eeuw nooit zo beschreven, omdat we ons redelijk voegden binnen de sociale structuren van toen. Onze voorouders hadden vast en zeker dezelfde bijzonderheden, buitensporigheden, gaven en uitdagingen als mensen met autisme van vandaag de dag hebben, maar ze werden aanvaard als een natuurlijke variatie van het mens zijn.

Toen kwam er een tijd waarin we vroegen: Wat is er mis aan mensen met autisme? We horen er niet bij. En nu beginnen we te zien wat de werkelijke vraag is: Wat is er mis gegaan met de samenleving, dat wij er nu buitenvallen?

Er zijn veel antwoorden. Het leren in de praktijk is vervangen door abstract onderwijs op basis van boeken en in een kunstmatige omgeving. Boerenwerk is vervangen door industrie. Het werken in kleine groepen is vervangen door grote bedrijven. En we zijn afhankelijker geworden van nieuwe cognitieve vaardigheden. Er worden tegenwoordig van mensen met autisme dingen gevraagd die mensen nooit eerder deden. Voor sommige dingen zijn we niet zo geschikt. De kunstmatige omgeving waarin we gevraagd worden te werken, overprikkelen onze zintuigen.

Tot op heden was dit alles ons probleem. Wij moesten veranderen, ons aanpassen. Nu we ons bewust worden dat we ons al aanpasten – tot aan de vorige eeuw – vragen we nu de samenleving om te veranderen en ons weer welkom te heten. Tenslotte heeft de overige 98% ons net zo nodig als wij hen. Wij zijn degenen die jullie het analyseren, Pokemon, allerlei kunst, technologie brachten en een creatieve vuur dat de wereld vooruit drijft. Door alles heen, zijn we samen mens.

In plaats van te wachten op “iemand anders” om ons te helpen, nemen we ons eigen lot in handen. Autistische mensen beginnen, in plaats van toeschouwers te zijn, op te komen voor wat we willen en nodig hebben. Diegenen onder ons die het woord doen komen op voor degenen die daar minder toe in staat zijn. Ouders en deskundigen hebben nog steeds een functie maar nu is het tijd voor ons Autistische mensen om de hoofdrol te gaan spelen. Meerdere van ons nemen leidende functies in in de organisaties die ons ondersteunen.

Een nieuwe dageraad gloort voor onze gemeenschap.

John Elder Robison is een autistische volwassene en pleitbezorger voor mensen met neurologische afwijkingen. Hij is de schrijver van Look Me in the Eye, Raising Cubby en het binnenkort verschijnende Switches On. Hij werkt voor het Interagency Autism Coordinating Committee van het departement voor Health and Human Services in de VS. Hij is medeoprichter van de TCS Auto Progam School en Neurodiversity Scholar in Residence aan de universiteit William&Mary. De bovenstaande zienswijzen zijn van hem persoonlijk.

©NL vertaling www.nieuwetijdskind.com/

vrijdag 7 november 2014

Te veel prikkels: Bek- en bekaf

Meer dan 10 procent van de Nederlandse kinderen is langer dan twee maanden uitgeput. Deskundigen zien een verband met de overvloed aan prikkels om hen heen, zo bleek op het onlangs gehouden congres ‘Kind onder druk’. Maar we leven nu eenmaal in een wereld vol tv, computers en mobiele telefoons. Dus hoe kun je ze daartegen beschermen? En welke kinderen zijn extra gevoelig voor al deze prikkels?

Hoogleraar kindergeneeskunde Wietse Kuis ziet ze wekelijks op zijn spreekuur in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Gezonde kinderen die zo moe zijn dat ze niet meer naar school kunnen en onverklaarbare pijnen hebben. De pijnen zijn soms zo erg dat ouders en artsen kanker of kinderreuma vermoeden. Maar de kinderen die bij Kuis komen, zijn allemaal uitgebreid onderzocht en hebben geen van deze ziektes en ook geen pfeiffer. Ze zijn om andere redenen uitgeput.

Kuis: ‘De grootste groep van mijn vermoeide patiënten heeft een enorm druk leven. Veel kinderen vinden het moeilijk om keuzes te maken en doen daarom maar alles naast elkaar. Het onderzoek naar het eventuele verband tussen deze drukke leefstijl en vermoeidheid loopt nog, maar als ik alleen naar mijn praktijkervaringen kijk, zie ik in die leefstijl wel degelijk een oorzaak van langdurige vermoeidheid bij kinderen. Natuurlijk zijn er kinderen die een druk leven prima aankunnen, maar er is zeker ook een groep die dat niet kan. En juist in een wereld die steeds drukker wordt en qua informatieverwerking meer van ons vraagt, dreigt een steeds grotere groep kinderen de boot te missen.’

Kuis doet al jaren onderzoek naar het Chronisch Vermoeidheids Syndroom bij kinderen. Om de klachten van chronisch vermoeide patiëntjes te onderzoeken, vergeleek hij ze met een gezonde controlegroep van driehonderdvijftig kinderen. Toen bleek dat 10 procent van de gezonde kinderen tussen 12 en 16 jaar langer dan twee maanden ernstig vermoeid is. Dit gold ook voor 5 procent van de kinderen onder de 12. De kinderen waren niet lichamelijk ziek, maar lagen soms maanden op de bank omdat ze zo moe waren.

Drukke wereld
Deskundigen zien verschillende oorzaken voor het feit dat steeds meer kinderen moe en overprikkeld raken. Eén factor is de buitenwereld, die steeds drukker is geworden en steeds meer informatie op ons afvuurt. Kinderen staan aan veel meer invloeden bloot dan tien jaar geleden, terwijl hersenen er eeuwen over doen om zich aan te passen. Niet alle hersenen kunnen die veelheid aan prikkels dus aan. En niet alleen de kwantiteit van de informatie is veranderd en groter geworden, ook de kwaliteit is veranderd. Vroeger moest je over een behoorlijke woordenschat beschikken om informatie te krijgen over volwassen onderwerpen. Met de komst van internet heeft ieder kind dat met een muis kan klikken toegang tot informatie die het vaak nog niet kan plaatsen. Natuurlijk geldt dit ook voor volwassenen, maar die zijn meestal beter opgewassen tegen de informatiestroom van de moderne maatschappij.

Vooral sociaal vaardige, geïnteresseerde en slimme kinderen kunnen last hebben van alle prikkels die ze moeten verwerken, zo blijkt. Zij kunnen zich moeilijk afsluiten en zuigen het liefst de hele wereld in zich op. Ze vinden het vaak fijn om andere mensen van dienst te zijn en kunnen moeilijk nee zeggen. Ook tegen de leuke dingen in het leven zeggen ze meestal geen nee. Vaak zijn het kinderen die, net als in de Sire-campagne, op twee sporten zitten, muziek maken, aan schooltoneel doen en een druk sociaal leven hebben. Ze dóen het niet alleen, ze willen er ook nog goed in zijn. Waarschijnlijk omdat ze zo duidelijk aanvoelen wat er van ze verwacht wordt en ook omdat ze voor zichzelf de lat hoog leggen. Het zijn vaak kinderen die op school alleen maar tevreden zijn met een 9 of een 10 en willen dat iedereen ze lief en aardig vindt.

Dat gaat vaak jaren goed, tot ze bijvoorbeeld griep krijgen en thuis moeten blijven. De griep gaat over maar ze blijven moe en hebben vaak hoofdpijn en buikpijn. De vermoeidheid is zo ernstig, dat ze al hun hobby’s en ook hun school tijdelijk op moeten geven. Als ze, vaak via een huisarts en een kinderarts bij een specialist komen, duurt het meestal even voordat ze zelf zien dat de vermoeidheid onder meer met hun manier van leven te maken heeft.

Hoogleraar kindergeneeskunde Kuis: ‘Een meisje dat in de brugkas van het vwo zit, maar dat eigenlijk niet aankan, wil niet van mij horen dat ze boven haar niveau werkt. Dat geldt meestal ook voor de ouders. De wensen van ouders kunnen erg drukken op de kinderen. Zo’n meisje hangt vaak veel van haar eigenwaarde op aan het feit dat ze op het vwo zit. Dan is het een hard gelag als ik zeg dat ze misschien naar de havo moet gaan. Aan de andere kant kan het ook fijn zijn voor kinderen als de dokter tegen ze zegt dat ze de dingen anders aan moeten pakken. Zo kwam er bijvoorbeeld eens een jongetje bij mij dat op heel hoog niveau voetbalde. Hij was al tijden ontzettend moe, onder anderen omdat het voetbalniveau gewoon te hoog was voor hem. Op zijn club heeft hij toen gezegd dat hij moest stoppen van de dokter. Dat was een stuk makkelijker dan zelf toegeven dat hij het niet aankon.’

Nu even niet
De meeste kinderen die oververmoeid zijn en onder druk staan, zijn gebaat bij cognitieve gedragstherapie. Vaak begin zo’n therapie met het bijhouden van een dagboek. In het dagboek moeten de kinderen samen met hun ouders bijhouden wat ze allemaal doen en wanneer ze moe worden of pijn krijgen. Door zo’n dagboek zien de kinderen ook eerder het verband tussen hun activiteiten en hun klachten. Ze merken ook dat als ze langere tijd minder doen, hun klachten afnemen. Maar dat moeten ze dus wel volhouden. Bij kinderen die gevoelig zijn voor prikkels en daar vermoeid door raken, helpt het meestal maar tijdelijk als ze bijvoorbeeld gedurende de vakantie goed uitrusten. Als ze na de vakantie weer al hun activiteiten oppakken, raken ze meestal binnen de kortste keren weer oververmoeid. Gewoon omdat hun gestel zoveel indrukken niet aankan.

Gerben Sinnema, hoofd medische psychologie in het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis, leert oververmoeide kinderen hoe ze anders met dingen om kunnen gaan. Sinnema: ‘Kinderen zijn soms bang dat ze een heel ander mens moeten worden van mij, dat ze het leefpatroon van een bejaarde krijgen. Maar ik leer ze vooral om anders over de dingen te gaan denken zodat ze zich ook anders zullen gedragen. Kinderen met een druk leven moeten met minder hobby’s toe kunnen. En de sport of activiteit die ze willen doen, hoeven ze helemaal niet tot in de perfectie beoefenen. Vooral meisjes hebben nogal eens de neiging om op school pas tevreden te zijn met een 9 of een 10. Maar ook in vriendschappen willen ze het allerbeste. Ze hebben vaak alles voor hun vrienden en familie over en lijden verschrikkelijk onder ruzie. Ze willen het iedereen naar de zin maken waardoor ze hun eigen behoeftes helemaal wegcijferen. Soms leven ze zich zo in, dat ze erg lijden onder de problemen van anderen en daardoor zelfs slaapproblemen krijgen. Ik leer ze dan dat ze, net als in de reclame, ook wel eens ‘nu even niet’ mogen zeggen. Dat het gezond is om van je af te bijten en dat ze niet alle problemen van de wereld op hun schouders kunnen nemen. Voor veel van deze meisjes is het heel eng om dit lieve en sociale gedrag te veranderen. Hun gevoel van eigenwaarde is voornamelijk gebaseerd op het voor anderen klaarstaan en ze zijn vaak bang dat andere mensen hen laten vallen als ze meer aan zichzelf denken.’ Sinnema vertelt dat hij juist hele kleine stapjes met zijn patiënten neemt. ‘Ze krijgen bijvoorbeeld het huiswerk om die week een keer ‘Nee’ te zeggen op een verzoek. Meestal proberen ze dat als eerste bij familieleden en ontdekken dan dat de wereld niet instort als zij een keer zichzelf op de eerste plaats zetten.’

Duim in de mond en niksen
In de reguliere gezondheidszorg wordt pas de laatste jaren onderzoek gedaan naar het verband tussen vermoeide kinderen en een druk leven. In de antroposofie, de leer- en geneeswijze van Rudolf Steiner, is al langer aandacht voor dit probleem. Antroposofisch kinderarts Edmond Schoorel denkt dat kinderen al langer overprikkeld raken, maar dat er nu pas een klimaat is ontstaan waarin we het daar over kunnen hebben. ‘In de antroposofie kijken we altijd uitgebreid naar hoe een kind in elkaar zit. Door middel van gesprekken, massage, muziek en oefeningen vormen we een multidisciplinair beeld van een kind. Ik herken inderdaad het beeld van het lieve, sociale, open en geïnteresseerde kind met een onvermogen om te selecteren waar het zich mee bezig wil houden. Alles komt heel direct binnen bij deze kinderen. Ze willen alles weten en meemaken en trekken zich niet op tijd terug. Een gezonde kleuter gaat, als de dingen hem te veel worden, bijvoorbeeld met de duim in zijn mond in een hoekje zitten. Hij trekt zich dan terug in zijn eigen wereldje en verwerkt zo wat hij heeft meegemaakt. Maar in deze maatschappij waarin er altijd iets gebeurt en er weinig momenten van rust zijn, lukt het sommige kinderen niet om zich af te sluiten. Vaak hebben ze ook problemen met slapen omdat ze bijvoorbeeld niet kunnen stoppen met denken. Deze kinderen worden dus letterlijk ziek van alle informatie die ze binnenkrijgen. In zo’n geval raad ik de ouders aan om het leven van het kind beter te ordenen en het te helpen met het maken van beslissingen. Ook vind ik dat ouders samen met hun kinderen moeten beslissen waarnaar ze kijken op tv. Zelfs in zogenaamd leuke kinderprogramma’s zit veel informatie die allemaal weer verwerkt moet worden en deze kinderen zuigen alle informatie zo in zich op, dat televisiekijken voornamelijk vermoeiend is. Natuurlijk is het een enorme klus om je zo intensief met het leven van je kind bezig te houden. Toch is mijn ervaring dat dat wel mogelijk is en dat het ook echt werkt. Ouders van kinderen die ziek worden, hebben ook weinig keus denk ik. Die zijn meestal blij als ze merken dat deze actieve gezinscultuur kinderen enorm goed doet.’

Tips voor ouders
Planning: de antroposofische kinderarts Edmond Schoorel raadt ouders van oververmoeide kinderen aan een weekplanning te maken. In het plan staat bijvoorbeeld wie wanneer ergens gaat spelen, en daar moet iedereen zich ook aan houden. Voor de rust van deze kinderen is het belangrijk om keuzes te leren maken en niet alles zomaar op zich af te laten komen. Een zelfde soort plan kan, eventueel per dag, ook voor de televisie gemaakt worden.

Nee-zeggen: leer het kind dat het niet op alle verzoeken ja hoeft te zeggen en dat het nog even lief en aardig wordt gevonden als het af en toe voor zichzelf kiest. Vooral voor meisjes kan het vaak geen kwaad dat extra te benadrukken omdat veel van hen graag lief gevonden willen worden.

Grenzen stellen: veel ouders voeden op in een overlegcultuur. Vooral voor jonge kinderen is het vermoeiend om de hele dag mee of zelf te beslissen over wat er gaat gebeuren, ze zijn dan namelijk ook verantwoordelijk voor de genomen beslissing. Voor sommige kinderen werken door de ouders vastgelegde regels daarom heel rustgevend.

www.jmouders.nl/



maandag 1 juli 2013

Autisme en de grenzen van de bekende wereld

wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen

In dit boek is Olga Bogdashina op zoek naar de grenzen van de bekende wereld. Ze doet dit door kenmerken van autisme te beschrijven waar we tot nu toe geen redelijke verklaringen voor kunnen geven. En toch zijn deze kenmerken vaak genoemd door hoogfunctionerende personen met autisme. Ook worden ze genoemd door kunstenaars en door 'alternatieve wetenschappers'. Niet alleen door wetenschappers van nu. Ze zijn ook terug te vinden in werken van oudere generaties. In een interview bij het verschijnen van zijn boek 'Hallucinaties' (2012) zegt Oliver Sacks: "De aandacht voor de psychologie van generaties geleden is alleen maar logisch. In sommige opzichten denk ik dat ze nooit geëvenaard zijn."

In dit scherpzinnige boek onderzoekt Olga Bogdashina oude en nieuwe theorieen van zintuiglijke waarneming en communicatie bij autisme. Aan de hand van beschrijvingen van taalwetenschap, filosofie, neurowetenschappen, psychologie, antropologie en kwantummechanica kijkt ze hoe de zintuigen eenieder een persoonlijke blik op de wereld verschaffen.

Olga Bogdashina stelt vastgestelde opvattingen over wat 'normaal' of wat 'abnormaal' is aan de kaak. Je hebt altijd wel mensen die zeggen dat mensen met autisme niet genoeg voelen. Bogdashina beweert het tegenovergestelde: Ze voelen te veel. Door de 'waaroms' en de 'hoe's' van de zintuigen en de rol van taal in beeld te brengen leert Bogdashina hoe we de vermogens die onze kennis aanscherpen, kunnen ontwikkelen. Het zijn juist mensen met autisme die hier een intermediaire rol kunnen spelen. Dergelijke 'vreemde' krachten schuilen in alle mensen, maar de meeste lijken er niet goed op afgestemd te zijn. De ondertitel van dit boek 'Wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen' krijgt hiemee zijn volle betekenis.

Dit boek zal ieder aanspreken met een persoonlijke of professionele belangstelling voor autisme.



zaterdag 29 juni 2013

Stemgeluid niet prettig voor kinderen met autisme

Kinderen met autisme hebben mogelijk problemen met het menselijk stemgeluid. Zij vinden het niet zo prettig om naar een stem te luisteren.

De wetenschappers vonden bij kinderen met autisme minder sterke verbindingen tussen het hersengedeelte dat stemgeluid verwerkt en het beloningscentrum. Normaal gesproken ervaren kinderen het stemgeluid als iets prettigs, voor kinderen met autisme lijkt dit niet zo te zijn.Dat stellen onderzoekers van de Stanford University in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Signalen
"Wanneer we praten, brengen we niet alleen informatie over, maar ook emoties en sociale signalen", legt onderzoeker Daniel Abrams uit. Het is bekend dat kinderen met autisme moeite hebben om deze signalen te lezen en een conversatie te volgen. Kinderen met ernstige autisme lijken zelfs helemaal ongevoelig voor het geluid van de menselijke stem.

Samen met zijn collega's maakte Abrams scans van de hersenen van 20 kinderen. De kinderen waren gemiddeld 10 jaar oud en hebben een lichte vorm van autisme. Zowel het IQ als de lees- en spreekvaardigheden van de kinderen waren normaal, maar ze hadden wel moeite met het interpreteren van emotionele signalen in de stem van andere mensen. De onderzoekers keken ook naar 19 kinderen zonder autisme, met een vergelijkbare leeftijd en IQ.

Verbindingen
De onderzoekers vonden bij de kinderen met autisme een minder sterk verband tussen het hersengebied dat reageert op de menselijke stem en twee andere gebieden die dopamine vrijmaken. Dopamine is een chemische stof die een goed gevoel geeft. Daarnaast was er een minder sterke verbinding tussen het stemgebied en de amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij emotie.

Het is onduidelijke of er sprake is van een oorzakelijk verband. Groter vervolgonderzoek moet dit uitwijzen.




zaterdag 11 mei 2013

Autist ziet dubbel zo snel beweging

Nieuw onderzoek toont dat kinderen met autisme simpele beweging twee keer zo snel zien dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Dit versneld zien zou wel eens het onderliggende probleem van de stoornis kunnen zijn.

Door Nathalie Pérez


De hypergevoeligheid voor beweging maakt het mogelijk dat autistische kinderen dubbel zo snel beweging detecteren. Het is niet bewezen, maar misschien kunnen autisten om deze reden bijvoorbeeld veel beter een vlieg met de vliegenmepper raken, zijn ze wellicht beter in schietspelletjes of zou een autistische keeper bij voetbal geen gek idee zijn. Maar de ‘gave’ kan ook zo zijn nadelen hebben. “We zien autisme als een sociale stoornis omdat autistische kinderen vaak strubbelen met sociale interactie. Wat we vergeten is dat bijna alles vanuit onze zintuigen komt. Afwijkingen in hoe iemand ziet of hoort kan hiermee van grote invloed zijn op de sociale communicatie,” zegt Duje Tadin, hoofdauteur van de studie.

Eerdere bleek al dat mensen met autisme anders en veel gedetailleerder stilstaande beelden kunnen zien. Het nieuwe onderzoek in het Journal of Neuroscience  is het eerste bewijs dat autisten beweging ook anders en beter kunnen waarnemen.

Onderzoek
Twintig kinderen met autisme en zesentwintig ‘normaal’ ontwikkelende kinderen tussen acht en zeventienjarige leeftijd keken naar zwart-witvideo’s waarop een golfbeweging te zien was. Ze moesten simpelweg aangeven of de balken zich naar rechts of links bewogen. Wanneer het kind goed antwoordde, werd de volgende video iets korter. Antwoordde het kind fout, werd de volgende video juist iets langer. Een goede manier om te meten hoe snel kinderen beweging (correct) zien.

Contrast
De golfbewegingen waren niet altijd even goed te zien doordat ze een ander contrast hadden. De beweging met het donkerdere contrast was hierdoor duidelijker te zien. Bij eenn laag contrast presteerden de kinderen met autisme en zonder autisme vrijwel gelijk. Bij een hoger contrast presteerden beide groepen beter, maar zagen de kinderen met autisme dubbel zo snel welke kant de beweging op ging. Het kind met autisme dat het slechts presteerde, presteerde ongeveer net zo goed als het gemiddelde van de niet-autisten.

Overbelaste zintuigen
“Dit sterk verbeterde vermogen om beweging waar te nemen is een indicatie dat de hersenen van mensen met autisme steeds heftiger reageren als de intensiteit van de prikkel toeneemt. Hoewel dit als een voordeel gezien kan worden, kan het leiden tot overbelasting van alle zintuigen,” legt Jennifer Foss-Feig, een van de onderzoekers, uit. Het brein kan bij de stoornis moeilijk prikkels en de reactie hierop dempen. Het komt allemaal keihard binnen en een autist kan niet anders dan hier heftig op reageren. Niet alleen beweging komt zo ‘hard’ binnen. Alle sensorische prikkels zoals geluid, smaak, gevoel en licht komen ongedempt de belevingswereld van een autist in. Hierdoor kan het op den duur invloed hebben op andere hersenfuncties. Dit zogenoemde cascade-effect kan ervoor zorgen dat iemand zich op een gegeven moment door de hoog intense stimulering terugtrekt.





woensdag 29 augustus 2012

HOE ERVAART EEN AUTISTISCH KIND DE BUITENWERELD?

Zintuiglijke ervaringen zijn bij autistisch kind heel anders dan bij niet- autistisch kind

Een autistisch kind heeft alle moeite van de wereld om zijn omgeving te begrijpen en zal zich vaak verward voelen omdat het er maar niet in slaagt om met de buitenwereld te communiceren. Er zijn een aantal aspecten van het leven die voor kinderen die tot het autistisch spectrum worden gerekend moeilijk te begrijpen vallen. Zintuiglijke ervaringen zijn bij een autistisch kind namelijk heel anders dan bij een niet- autistisch kind.

Op de eerste plaats kan geluid een symptoom van autisme vormen, nogal wat autistische kinderen zijn er zeer gevoelig aan. Een hard geluid kan voor een autistisch kind zeer pijnlijk zijn. Het dagdagelijkse geluid van het verkeer in een drukke straat kan al te veel zijn. Het autistisch kind wordt overrompeld door het geluid en zal met de handen op de oren proberen om de geluiden tegen te houden. Andere manieren om te reageren op een overdaad aan geluid zijn stereotype lichaamsbewegingen, zoals bijvoorbeeld het heftig schudden met de handen. Sommige autistische kinderen hebben wat in het Engels genoemd central auditory processing disorder (CAPD), wat het voor hen moeilijk maakt om subtiele verschillen in geluid of taal te begrijpen.

Ook aanrakingen liggen voor een autistisch kind heel anders dan voor een niet- autistisch kind kind. Een aanraking kan voor een autistisch kind, zoals voor geluid, overweldigend zijn, het kan er zich compleet door overrompeld voelen. Gevoelens die niet-autistische kinderen nauwelijks gewaar worden – het gevoel van kleren op de huid, ademen – kunnen voor een autistisch kind als zeer onaangenaam worden ervaren. Gevolg is een ongemakkelijk gevoel, dat zich ook naar het gedrag zal vertalen. Een bekend voorbeeld is dat van een autistisch kind dat zijn haar niet graag liet knippen omdat het gevoel van individuele haren op de huid overeenstemde met dat van naalden die in de huid prikten.

Communicatie is voor elk autistisch kind een probleem. Het is een gemeenschappelijk kenmerk en waarschijnlijk vaak ook het eerste dat in de richting van autisme leidt. De communicatieproblemen vertalen zich bijvoorbeeld in het uitstellen van te leren spreken. Dat heeft in het geval van het autistisch kind niets te maken met gebrek aan intelligentie. Veel autistische kinderen kunnen simpelweg niet uitvissen hoe taal werkt. Dat kan het leven heel erg moeilijk maken, met in het ergste geval isolatie tot gevolg. Stephen Shore, dokter en bij wie als kind zelf de diagnose ‘autistisch’ werd gesteld, begon pas op de leeftijd van vier jaar te spreken. Sommige autistische kinderen leren nooit spreken, maar dat zijn de uitzonderingen. De meeste zullen het uiteindelijk wel leren. Maar zelfs dan kan echte communicatie – het werkelijk verstaan van anderen - een problemen opleveren.

Dan is er nog het sociaal gevoel, dat in het geval van autistische kinderen vaak volledig ontbreekt. Sommigen van hen worden als eenzaten bestempeld, omdat ze liever op zichzelf zijn. Shore ontkent dat echter. Hij herinnert zich dat hij wel sociale contacten zocht, maar die simpelweg niet kon maken. De onuitgesproken regels van sociaal gedrag worden door de meeste kinderen bij wijze van spreken al spelenderwijs opgepikt, maar bij autistische kinderen is dat niet het geval.



maandag 12 december 2011

Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom

verschillende ervaringen, verschillende werelden

Voor autistische mensen is autisme een manier van leven. Alles is ervan doordrongen, het kleurt iedere ervaring, iedere gewaarwording, gedachte, emotie, kortom elk facet van het bestaan (Sinclair, 1993). Ze reageren niet op een manier die we verwachten, omdat ze een ander systeem van waarneming en communicatie hebben.

Natuurlijk is het heel moeilijk om te communiceren met iemand die zich van een andere 'taal' bedient (en autistische mensen zijn in iedere cultuur 'buitenlanders'). Maar het is even verkeerd om niet-autistische methoden te gebruiken om autistische kinderen te onderwijzen en te behandelen.

Dat is een garantie voor mislukking en het kan ze soms zelfs voor het leven beschadigen. Door het gehele boek heen worden voorbeelden gegeven om verschillende verschijnselen te illustreren.

Zoeken in Bol.com