Google+ Autisme, wat nu..?: Gezin
Posts tonen met het label Gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gezin. Alle posts tonen

donderdag 28 mei 2015

NICHES BIEDEN BIJ CHRONISCHE PROBLEMEN

Sinds we in gesprek zijn over de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten, zie ik voortdurend de kansen. Ik wil er hier één in het bijzonder voor het voetlicht brengen: de mogelijkheden die nu open liggen om gezamenlijk gezinnen waar chronische problemen aan de orde zijn, nu eindelijk eens écht goed te helpen.

Een chronisch probleem is iets wat niet over gaat, waar je je toe hebt te leren verhouden, maar evengoed waar een zorgzame samenleving zich toe hoort te verhouden. Een verstandelijke beperking, ADHD, autisme, een persoonlijkheidsstoornis zijn voorbeelden , maar ook armoede blijkt volgens sociologen helaas in dit rijtje thuis te horen. Chronische problemen passen slecht bij ons idee van de maakbare samenleving, die waarin we doelen stellen, willen veranderen en er voor gáán. Het past ook slecht bij behandelen als daarmee beoogd wordt dat de daarbij behorende klachten moeten worden verholpen. Ik heb veel behandelaars in de jeugd-GGZ en in de jeugdzorg er hun tanden op stuk zien bijten en het is zondermeer slecht voor de ‘outcome’ statistieken. Chronische problemen worden vaak onvoldoende onderkend en als het wel gebeurt, worden er zelden de juiste consequenties aan verbonden. Meestal blijven we praten. Praten is wel een essentieel onderdeel van behandelen. Het belangrijkste instrumentarium van de hulpverlener sinds Sigmund Freud is het gesprek.

Een voorbeeld waar ik kansen zie is bijvoorbeeld een kind met autisme. Je kunt het vaststellen (diagnosticeren), dan kun je nog iets aan bewustwording doen (psycho-educatie) en eventueel ouders een cursus geven in het omgaan met dit speciale kind. Dat is het helaas wel wat betreft behandelen. Vanaf dat moment wordt het belangrijk dat de samenleving dit opgroeiende kind, straks volwassene, niches biedt van waaruit het zich, naar eigenvermogen, zo zelfstandig mogelijk kan ontwikkelen en kan gaan participeren in die samenleving. Jeugdhulpverleners horen dan een stapje terug te doen, maar wel op de achtergrond aanwezig zijn om zo nodig eens even korte ondersteuning te bieden. Denk daarbij aan levensfaseovergangen en andere impactvolle gebeurtenissen, waarin de bijzondere kwetsbaarheid van deze mensen tot problemen kan leiden, een regelmatige onderhoudsbeurt. Vervang autisme hier door verstandelijk beperking of persoonlijkheidsstoornis, en je hebt ongeveer hetzelfde verhaal. Jeugdhulpverleners kunnen het vaststellen en kunnen nog wat aan de acceptatie daarvan doen, maar vanaf dat moment moet de samenleving het gaan overnemen. En daar zijn de gemeenten aan zet. Club- en buurthuiswerk, verenigingsleven, passend onderwijs, werkervaringsplaatsen, beschermde werkplekken, de buurtregisseur, een sociaal loket, aangepaste huisvesting, etc. Hier liggen unieke kansen voor gemeenten om samen met jeugdhulpverleners voor en met deze groepen zorgvragers duurzame maatschappelijke arrangementen te bouwen. Als dat gebeurt is de transitie voor mij al grotendeels geslaagd. Gaan we dat doen of blijven we praten?

Flip Dronkers





woensdag 12 november 2014

Van hier tot aan de maan en terug

autisme in het gewone gezinsleven

Een jonge moeder van drie ontdekt dat haar jongste zoontje autisme heeft. Ze probeert dat een plaats in haar gezin te geven en dat verloopt bij tijden zeer woelig. Hoewel ze professioneel met autisme bezig is, worstelt ze met de diagnose en met de impact ervan op haar leven en dat van haar man en kinderen. Het is alsof ze in een achtbaan van gevoelens zit, vol ups en downs. Toch is dit een hoopvol boek. Met vele schijnbaar kleine zaken kun je het verschil maken en kunnen ouders kinderen met autisme een veilige en vertrouwde omgeving bieden.

Van hier tot aan de maan en terug is ideaal voor vrienden en familieleden van gezinnen met autisme. Het boek geeft een compleet en correct beeld van het dagelijks leven met autisme, en is bovendien zeer vlot leesbaar en vaak grappig. Daarnaast bevat het praktische informatie, onderwijstips, interessante websites en gegevens over bevoegde instanties die de ondersteuning bieden waar een gezin met autistische kinderen recht op heeft.

http://www.houtekiet.be/boeken/p/detail/van-hier-tot-aan-de-maan-en-terug



vrijdag 13 september 2013

Autisme in het gezin

verrijking of probleem?

Over autistische stoornissen is al veel geschreven en gezegd. Meestal ligt de nadruk op de problemen van het kind en de omgeving. Dit Ankertje benadert autisme nu eens van de positieve kant. De auteurs zijn moeder en dochter. Zonder de moeilijke kanten van autisme te willen ontkennen, laten zij aan de hand van hun eigen gezin zien dat door op een andere manier naar elkaar te kijken en met elkaar om te gaan, je samen heel veel positiefs kunt bereiken. Bevat ook veel tips om de omgeving van en zorg voor kinderen met autisme zo optimaal mogelijk te laten zijn.

De Ankertjes van AnkhHermes zijn een begrip! Deze serie compacte boekjes (altijd 128 pagina's) geeft laagdrempelige en begrijpelijke informatie over aansprekende en actuele onderwerpen. De serie wordt continu aangevuld met nieuwe delen.



Andere titels uit de serie:

vrijdag 24 mei 2013

De bijzondere wereld van Elian

en andere kinderen met autisme
Heeft hij misschien autisme? Deze gedachte komt bij Martin en Trenke Riksten-Unsworth voor het eerst op als hun zoon Elian drie en een half is. Na een eerste onderzoekstraject wordt hun gezegd dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor autisme. Echter, twee zware jaren na hun angstige vermoeden krijgt Elian alsnog de diagnose PDD-NOS, "active but odd" (actief maar vreemd), een diagnose die binnen het autismespectrum valt.
In 55 verhaaltjes vertelt Trenke over deze periode, en daarna. Ze beschrijft het traject, Elians gedrag en de invloed op het hele gezin. Daarnaast heeft Trenke zeven andere ouders van kinderen met autisme geïnterviewd.

Allerlei onderwerpen komen aan de orde waaronder de vraag waaraan de ouders merkten dat hun kind anders was, de diagnosetrajecten, hoe de omgeving reageerde, wat de invloed van de stoornis op de andere gezinsleden is, onderwijs, PGB, medicijnen en de positieve en negatieve kanten van de stoornis.

"Voor iedereen die met autisme te maken heeft een steun in de rug. Openhartig en persoonlijk wordt verhaald over het vaak moeizame traject dat een gezin doorloopt wanneer steeds duidelijker wordt dat één van de kinderen autisme heeft. Een emotionele belasting volgt voor de ouders die continu hun ideeën moeten bijstellen. Ook in een welvarend land als Nederland kunnen deze gezinnen te maken krijgen met onverwachte obstakels. De verhalen in dit boek maken dit inzichtelijk en zijn daarom niet alleen aan te raden voor ouders en leerkrachten, maar zeker ook voor hulpverleners en beleidsmakers."
Peter Hulshof, kinderpsychiater




woensdag 20 februari 2013

Als je vader of moeder autisme heeft...

Mensen met autisme hebben moeite met contact met anderen. Hoe erg dat is, verschilt per persoon. Sommige mensen snappen niks van de wereld om zich heen, kunnen niet praten en wonen hun hele leven in speciale tehuizen. Andere mensen kunnen met een beetje hulp goed in een hun eigen huis wonen.

Iemand met autisme heeft moeite met onverwachte, nieuwe dingen. Hij vindt het prettig te weten waar hij aan toe is. Daarom doet hij het liefst veel hetzelfde en heeft hij graag een vast ritme. Met nieuwe mensen praten en met nieuwe situaties omgaan vindt hij erg moeilijk.

Als je vader of moeder autisme heeft is het vooral lastig dat mensen met autisme niet snappen hoe anderen zich voelen. Dit betekent ook dat ze niet (goed) op gevoelens van anderen kunnen reageren. Vaak hebben ze dit ook met betekenissen van woorden. Als je bijvoorbeeld tegen iemand met autisme zegt ‘ik schrik me een hoedje!’, kunnen ze niet goed begrijpen dat je niet écht een hoedje op hebt.

Twee vormen van autisme die vaak voorkomen zijn de autistische stoornis en het syndroom van Asperger. Bij een autistische stoornis moeten minstens zes van de onderstaande kenmerken voorkomen. Deze kenmerken moeten komen uit punt 1, 2 én 3.

1. Sociale interactie (problemen met omgaan met andere mensen)

  • Problemen in het non-verbale (dus: zonder praten) gedrag naar andere mensen (bijvoorbeeld mensen niet aankijken, een rare houding of niet-passende gezichtsuitdrukking hebben)
  • Geen goed contact met mensen van dezelfde leeftijd kunnen opbouwen
  • Niet kunnen snappen hoe iemand anders zich voelt
  • (Sociaal) gedrag en gevoelens zijn niet gericht op andere mensen. Niet kunnen reageren op sociaal gedrag en gevoelens van anderen

2. Communicatie

  • Taalproblemen of een achterstand in het praten
  • Niet een gesprek kunnen beginnen of een gesprek goed kunnen volhouden
  • Steeds dezelfde woorden gebruiken of op een rare manier praten

3. Gedrag

  • Maar een paar interesses hebben, maar daar dan abnormaal veel mee bezig zijn en veel van weten
  • Bepaalde (dwangmatige) gewoontes en rituelen hebben
  • Op een rare manier bewegen
  • Heel erg gehecht zijn aan bepaalde voorwerpen (bijvoorbeeld, het wiel van een speelgoedautootje)

Het syndroom van Asperger lijkt op de autistische stoornis. Iemand die Asperger heeft, heeft vaak minder kenmerken dan iemand met een autistische stoornis en functioneert beter. Van de onderstaande vier kenmerken moeten er minstens twee voorkomen:
  • Problemen in het non-verbale (dus: zonder praten) gedrag naar andere mensen (bijvoorbeeld mensen niet aankijken, een rare houding of niet-passende gezichtsuitdrukking hebben).
  • Geen goed contact met mensen van dezelfde leeftijd kunnen opbouwen.
  • Niet kunnen begrijpen hoe iemand anders zich voelt (bijv. niet blij kunnen zijn voor iemand anders).
  • (Sociaal) gedrag en gevoelens zijn niet gericht op andere mensen. Niet kunnen reageren op sociaal gedrag en gevoelens van anderen.

Daarnaast nog de volgende kenmerken:

  • Maar een paar interesses hebben (en daar abnormaal veel van weten of mee bezig zijn). Steeds hetzelfde (vreemde) gedrag vertonen. Steeds met dezelfde dingen bezig zijn.
  • Geen achterstand in de taalontwikkeling (wat bij een autistische stoornis vaak wel zo is).
  • Geen stoornissen of problemen met het denken (wat bij een autistische stoornis vaak wel zo is).

Als bij je vader of moeder niet genoeg kenmerken van autisme of het syndroom van Asperger aanwezig zijn, wordt vaak gezegd dat hij of zij PDD-NOS heeft. Ook bij deze stoornis heeft iemand veel problemen die lijken op de hier voor genoemde kenmerken.

Bron: www.kopstoring.nl




Zoeken in Bol.com