De meerderheid van de jongeren met een beperking heeft intensieve begeleiding nodig bij het vinden en behouden van werk. Niet alleen ouders en vrienden spelen een belangrijke rol in dit proces, maar ook schoolbegeleiders en jobcoaches. Dat blijkt uit een onderzoek van Anja Holwerda naar de factoren die arbeidsparticipatie van jongeren met een Wajong-uitkering beïnvloeden. Dat meldt het UMCG.
Een toenemend aantal jongeren heeft moeite om mee te doen in de maatschappij als gevolg van ziekte of aandoening. Deze jongeren hebben veel minder kans om deel te nemen aan het arbeidsproces dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Jongeren met een beperking, die geen of beperkte mogelijkheden hebben om te werken krijgen een Wajong-uitkering. In de afgelopen jaren is het aantal Wajong-uitkeringen fors toegenomen.
Arbeidsmogelijkheden
Uit de studie van Holwerda blijkt dat volgens de verzekeringsarts 84 procent van de aanvragers van een Wajong-uitkering mogelijkheden heeft om te werken. De verzekeringsarts van UWV stelt de arbeidsmogelijkheden van de aanvrager vast. Jongeren met een geestelijke aandoening blijken over het algemeen minder arbeidsmogelijkheden te hebben dan de jongeren met een lichamelijke aandoening. Ook jongeren met meerdere aandoeningen en subklinische psychische klachten blijken minder mogelijkheden te hebben om te kunnen werken.
Overgang speciaal onderwijs naar werk
Ouders en leerkrachten spelen een belangrijke rol in de overgang van speciaal onderwijs naar het vinden van werk voor jongeren met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsstoornis. Uit het onderzoek blijkt dat 39 procent van deze groep werk vindt in de eerste achttien maanden na de Wajong-aanvraag. Volgens Holwerda weten schoolbegeleiders het beste te voorspellen wat de (on)mogelijkheden van hun leerlingen zijn. Deze voorspelling verbetert als de mening van ouders hierbij wordt betrokken. Holwerda pleit er daarom voor dat leerlingen in het speciaal onderwijs al op jonge leeftijd adequaat begeleid worden en dat de ouders daarbij betrokken worden, om instroom in de Wajong te voorkomen en de kans op werk te verhogen.
Beleid noodzakelijk
Volgens Holwerda moet bij de ontwikkeling van interventies om jongeren met een beperking te begeleiden om werk te vinden en te behouden, rekening gehouden worden met deze factoren. Holwerda vindt het van groot belang dat werkgevers, gemeenten en andere overheidsinstellingen geschikte banen voor jongeren met een beperking beschikbaar stellen. 'Het is noodzakelijk tot beleid te komen dat er op is gericht deze jongeren op te nemen als volwaardige burgers in onze maatschappij. De maatschappij als geheel heeft een verantwoordelijkheid voor de participatie van deze jongeren. Dit kan niet volledig bij de jongeren met een beperking zelf worden neergelegd.'
Anja Holwerda promoveert op 18 december 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Bron: Nationale Zorggids
Posts tonen met het label Wajong. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wajong. Alle posts tonen
zondag 15 december 2013
maandag 22 juli 2013
Herkeuring Wajongers niet zonder eerlijk perspectief op passend werk
Staatssecretaris Klijnsma gaat de Participatiewet bijstellen. Aanleiding voor de bijstelling is het Sociaal Akkoord. Het Sociaal Akkoord garandeert 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking (vrijwillig quotum). Over de bijstelling heeft Klijnsma een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. De brief bevat helaas nauwelijks nieuws. Zo blijft nog steeds onduidelijk hoe en wanneer Wajongers herkeurd worden en welke gevolgen dit zal hebben voor hun inkomen.
De CG-Raad en Platform VG vinden dat er duidelijkheid moet komen voor de Wajongers die herkeurd worden. Als zij achteruit gaan in inkomen moet er een eerlijk en haalbaar perspectief zijn op passend werk om het inkomen aan te kunnen vullen.
80.000 werkeloze Wajongers
Het gaat naar verwachting om 140.000 Wajongers met arbeidsvermogen, die van de Wajong naar de Participatiewet zullen gaan. Hiervan hebben er ca. 60.000 een baan. Er zijn dus ca. 80.000 werkloze wajongers die straks ook in aanmerking moeten komen voor de gegarandeerde arbeidsplaatsen waarover in de brief van Klijnsma en het Sociaal Akkoord wordt gesproken.
Uitwerking
Staatssecretaris Klijnsma roept de sociale partners en de VNG op om binnen de Werkkamer snel verder aan de slag te gaan met de uitwerking van het Sociaal Akkoord. Klijnsma wil die uitwerking verwerken in de uitvoeringsplannen voor de Participatiewet. In het najaar stuurt Klijnsma de Participatiewet naar de Tweede Kamer sturen.
Meer informatie
De CG-Raad en Platform VG vinden dat er duidelijkheid moet komen voor de Wajongers die herkeurd worden. Als zij achteruit gaan in inkomen moet er een eerlijk en haalbaar perspectief zijn op passend werk om het inkomen aan te kunnen vullen.
80.000 werkeloze Wajongers
Het gaat naar verwachting om 140.000 Wajongers met arbeidsvermogen, die van de Wajong naar de Participatiewet zullen gaan. Hiervan hebben er ca. 60.000 een baan. Er zijn dus ca. 80.000 werkloze wajongers die straks ook in aanmerking moeten komen voor de gegarandeerde arbeidsplaatsen waarover in de brief van Klijnsma en het Sociaal Akkoord wordt gesproken.
Uitwerking
Staatssecretaris Klijnsma roept de sociale partners en de VNG op om binnen de Werkkamer snel verder aan de slag te gaan met de uitwerking van het Sociaal Akkoord. Klijnsma wil die uitwerking verwerken in de uitvoeringsplannen voor de Participatiewet. In het najaar stuurt Klijnsma de Participatiewet naar de Tweede Kamer sturen.
Meer informatie
- Nieuwsbericht Rijksoverheid - Participatiewet garandeert arbeidsplaatsen voor mensen met een arbeidsbeperking door sociaal akkoord
- Kamerbrief over Participatiewet en quotum Sociaal Akkoord
- Nieuwsbericht CG-Raad over Sociaal Akkoord
Bron: cg-raad.nl
woensdag 21 november 2012
UMCG presenteert onderzoeksrapport “Wat werkt bij Wajongers?"
Veel jongeren in de Wajong kunnen qua gezondheid wel werken, maar slechts een beperkt deel van hen doet mee op de arbeidsmarkt. De meerderheid van Wajongers heeft te maken met complexe problematiek en mentale beperkingen die hun functioneren in werk beïnvloeden. Dit zijn enkele conclusies uit het rapport ‘Wat werkt bij Wajongers?’ dat enkele onderzoekers van het UMCG op 22 november presenteren. Zij doen dit tijdens het symposium “Kansen op werk voor jongeren met een beperking”, dat die dag in Drachten plaatsvindt.
De onderzoekers concluderen verder dat zowel de inschatting van de Wajonger zélf of hij/zij wel of niet kan werken, als die van zijn ouders en schoolbegeleiders van invloed zijn op de kansen op werk van Wajongers.
Een groeiend aantal jongeren ervaart door enige vorm van beperking ernstige problemen in het persoonlijk functioneren en maatschappelijk participeren. Bijna de helft van de jongeren die in 2009 een Wajong-uitkering aanvroegen, heeft een verstandelijke beperking, ruim een kwart heeft overige ontwikkelingsstoornissen inclusief ASS en bijna een op de vijf heeft een psychiatrische stoornis. Ruim de helft heeft een tweede aandoening, met name psychiatrische ziektebeelden of overige ontwikkelingsstoornissen. Daarnaast is bij veel Wajongers sprake van bijkomende problematiek, zoals leerproblemen, psychische of somatische klachten en verslaving. Deze multi-problematiek moet allereerst gesignaleerd en behandeld worden om functioneren in werk mogelijk te maken.
Partondicipatie in werk
De meeste Wajongers (86%) hebben arbeidsmogelijkheden. Van deze Wajongers heeft 41% op enig moment gewerkt gedurende de twee jaar durende follow-up periode; 27% heeft minimaal zes maanden en 20% minimaal twaalf maanden aaneengesloten gewerkt. De beperkte arbeidsparticipatiegraad van deze doelgroep is een knelpunt vanuit zowel sociaal maatschappelijk als financieel-economisch perspectief.
Maatschappelijke opdracht
Het bevorderen van de participatie in werk van jongeren met een beperking in functioneren blijft een belangrijke maatschappelijke opdracht. Voor de optimale begeleiding naar werk is een integrale aanpak van belang, waarbij zowel naar medische factoren, persoonlijke kenmerken als de sociale context wordt gekeken. Hierbij is zowel een rol weggelegd voor instanties als UWV, gemeenten en zorginstellingen, als ouders en schoolbegeleiders.
Rol ouders
De onderzoekers bepleiten het beleid vooral te richten op beïnvloedbare factoren; hierbij is te denken aan de inschatting van de Wajonger zelf van zijn eigen mogelijkheden en beperkingen en de percepties hierover die zijn ouders hebben. Uit het onderzoek blijkt de grote invloed die ouders hebben op de werkuitkomst van hun kinderen. Zij kunnen een goede inschatting maken van de mogelijkheden en beperkingen van hun kind, maar ook de mogelijkheden van hun kind onderschatten. Hierdoor wordt de Wajonger belemmerd in het benutten van zijn/haar potentieel. In beide gevallen is het van belang de ouders te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van een participatieplan om zicht te krijgen op de reële beperkingen van de Wajonger en eventuele negatieve percepties te kunnen bijstellen.
Rol schoolbegeleiders
Schoolbegeleiders hebben goed zicht op de mogelijkheden en beperkingen van hun leerlingen. Het is van belang om al op jongere leeftijd een concreet profiel van kenmerken en kwaliteiten van deze leerlingen op te stellen. Door de jongere vroegtijdig adequaat te begeleiden kan voortijdige schooluitval en instroom in de WAJong worden voorkomen. Bovendien is continuïteit van de begeleiding van de jongere van belang voor een vloeiende overgang van school naar werk en begeleiding tijdens het werkzame leven.
Meer informatie
Voor meer informatie en/of het onderzoeksrapport kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00.
De onderzoekers concluderen verder dat zowel de inschatting van de Wajonger zélf of hij/zij wel of niet kan werken, als die van zijn ouders en schoolbegeleiders van invloed zijn op de kansen op werk van Wajongers.
Een groeiend aantal jongeren ervaart door enige vorm van beperking ernstige problemen in het persoonlijk functioneren en maatschappelijk participeren. Bijna de helft van de jongeren die in 2009 een Wajong-uitkering aanvroegen, heeft een verstandelijke beperking, ruim een kwart heeft overige ontwikkelingsstoornissen inclusief ASS en bijna een op de vijf heeft een psychiatrische stoornis. Ruim de helft heeft een tweede aandoening, met name psychiatrische ziektebeelden of overige ontwikkelingsstoornissen. Daarnaast is bij veel Wajongers sprake van bijkomende problematiek, zoals leerproblemen, psychische of somatische klachten en verslaving. Deze multi-problematiek moet allereerst gesignaleerd en behandeld worden om functioneren in werk mogelijk te maken.
Partondicipatie in werk
De meeste Wajongers (86%) hebben arbeidsmogelijkheden. Van deze Wajongers heeft 41% op enig moment gewerkt gedurende de twee jaar durende follow-up periode; 27% heeft minimaal zes maanden en 20% minimaal twaalf maanden aaneengesloten gewerkt. De beperkte arbeidsparticipatiegraad van deze doelgroep is een knelpunt vanuit zowel sociaal maatschappelijk als financieel-economisch perspectief.
Maatschappelijke opdracht
Het bevorderen van de participatie in werk van jongeren met een beperking in functioneren blijft een belangrijke maatschappelijke opdracht. Voor de optimale begeleiding naar werk is een integrale aanpak van belang, waarbij zowel naar medische factoren, persoonlijke kenmerken als de sociale context wordt gekeken. Hierbij is zowel een rol weggelegd voor instanties als UWV, gemeenten en zorginstellingen, als ouders en schoolbegeleiders.
Rol ouders
De onderzoekers bepleiten het beleid vooral te richten op beïnvloedbare factoren; hierbij is te denken aan de inschatting van de Wajonger zelf van zijn eigen mogelijkheden en beperkingen en de percepties hierover die zijn ouders hebben. Uit het onderzoek blijkt de grote invloed die ouders hebben op de werkuitkomst van hun kinderen. Zij kunnen een goede inschatting maken van de mogelijkheden en beperkingen van hun kind, maar ook de mogelijkheden van hun kind onderschatten. Hierdoor wordt de Wajonger belemmerd in het benutten van zijn/haar potentieel. In beide gevallen is het van belang de ouders te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van een participatieplan om zicht te krijgen op de reële beperkingen van de Wajonger en eventuele negatieve percepties te kunnen bijstellen.
Rol schoolbegeleiders
Schoolbegeleiders hebben goed zicht op de mogelijkheden en beperkingen van hun leerlingen. Het is van belang om al op jongere leeftijd een concreet profiel van kenmerken en kwaliteiten van deze leerlingen op te stellen. Door de jongere vroegtijdig adequaat te begeleiden kan voortijdige schooluitval en instroom in de WAJong worden voorkomen. Bovendien is continuïteit van de begeleiding van de jongere van belang voor een vloeiende overgang van school naar werk en begeleiding tijdens het werkzame leven.
Meer informatie
Voor meer informatie en/of het onderzoeksrapport kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00.
vrijdag 29 juni 2012
Begeleiding op het werk helpt Wajongers met autisme
Begeleiding op het werk helpt Wajongers met autisme Wajongers met autisme blijven beter aan het werk als zij kwalitatief goede begeleiding krijgen en als de werkgever en de collega's bekend zijn met autisme. Dit blijkt uit onderzoek van het Arbeidsdeskundig Kennis Centrum (AKC).
Het onderzoek (pdf) is uitgevoerd door de divisie Sociaal Medische Zaken van UWV, in samenwerking met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
Wajongers zijn mensen die van jongs af aan arbeidsgehandicapt zijn en onder de Wet Werk en Arbeidsondersteuning JONGgehandicapten (Wet Wajong) vallen (Zie link). Deze mensen nemen een kwetsbare positie in, doordat zij vaak geen werkervaring hebben en omdat de functionele beperkingen meestal al aanwezig zijn voordat zij de arbeidsmarkt betreden.
Circa 8 procent van de Wajongers heeft een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Ongeveer 33 procent van deze groep is, ondanks hun handicap, toch aan het werk.
Aanpassingen
De onderzoekers concludeerden dat bij de onderzochte Wajongers verschillende factoren een rol speelden bij het duurzaam aan het werk komen en blijven.
Een van deze factoren is aanpassing op het werk aan de beperkingen die Wajongers met ASS hebben, maar ook kwalitatief goede begeleiding door een professionele jobcoach op het werk speelt een rol.
Meer kennis
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er meer kennis bij de werkgever en collega's over autisme zou moeten zijn. Deze kennis leidt tot meer begrip en ondersteuning op de werkvloer voor de Wajonger met ASS.
Het onderzoek (pdf) is uitgevoerd door de divisie Sociaal Medische Zaken van UWV, in samenwerking met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
Wajongers zijn mensen die van jongs af aan arbeidsgehandicapt zijn en onder de Wet Werk en Arbeidsondersteuning JONGgehandicapten (Wet Wajong) vallen (Zie link). Deze mensen nemen een kwetsbare positie in, doordat zij vaak geen werkervaring hebben en omdat de functionele beperkingen meestal al aanwezig zijn voordat zij de arbeidsmarkt betreden.
Circa 8 procent van de Wajongers heeft een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Ongeveer 33 procent van deze groep is, ondanks hun handicap, toch aan het werk.
Aanpassingen
De onderzoekers concludeerden dat bij de onderzochte Wajongers verschillende factoren een rol speelden bij het duurzaam aan het werk komen en blijven.
Een van deze factoren is aanpassing op het werk aan de beperkingen die Wajongers met ASS hebben, maar ook kwalitatief goede begeleiding door een professionele jobcoach op het werk speelt een rol.
Meer kennis
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat er meer kennis bij de werkgever en collega's over autisme zou moeten zijn. Deze kennis leidt tot meer begrip en ondersteuning op de werkvloer voor de Wajonger met ASS.
zondag 11 september 2011
Autisten zijn niet altijd Wajongeren
Door: Josca Westerhof
Gepubliceerd: woensdag 7 april 2010 08:41
Goed nieuws: het aantal jongeren in de bijstand kan flink omlaag. ‘Autistische jongeren worden onterecht arbeidsongeschikt verklaard.’
Een enorme kostenpost voor het abinet is de Wajong, een uitkering voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongeren. De uitgaven voor de uitkering zijn de laatste jaren blijven stijgen. Ging het in 2003 nog om 1,3 miljard euro, in 2008 is dat opgelopen tot bijna 1,9 miljard.
Nu het kabinet enorm moet bezuinigen, moet de stijging een halt worden toegeroepen. Dit jaar al is een nieuwe wet aangenomen die zoveel mogelijk Wajongeren weer aan het werk moet krijgen. Ook bestaat nu het idee om de jongeren niet het volledige minimumloon te geven, maar 70 procent ervan. Maar het beste plan komt wellicht van Peter Tellegen, docent toegepaste psychologie aan de Universiteit van Groningen.
Een belangrijke oorzaak van de toename van Wajongeren vormen autisten. Vorig jaar namen deze bijna een kwart van de stijging voor hun rekening. Dat terwijl veel autistische jongeren niet thuishoren in de bijstand. ‘Ze worden onterecht arbeidsongeschikt verklaard’, zegt Tellegen. ‘Jongeren die in aanmerking komen voor speciaal onderwijs of een uitkering worden onderworpen aan een intelligentietest. En de test die hier standaard voor wordt gebruikt is ongeschikt voor autisten.’
Deze test heet de WISC-test. ‘De test is geschikt voor een grote groep, maar niet voor kinderen die niet goed kunnen communiceren. Dit omdat het een verbale test is. Autisten hebben moeite met communiceren, dus bij gebruik van de test worden ze enorm onderschat’, zegt Tellegen.
Dat heeft ernstige gevolgen. ‘Autistische jongeren worden op basis van de test naar verkeerd onderwijs gestuurd en krijgen les onder hun niveau. Daardoor worden deze jongeren enorm beperkt. Met als resultaat dat velen van hen later niet kunnen werken en in de Wajong terechtkomen. En er is niemand die hier iets aan doet’, aldus de deskundige.
Ingesleten Volgens Jolanda Clement, moeder van een autistische jongen, is bij scholen niet bekend dat de test niet geschikt is voor autisten. Haar zoon werd op basis van de WISC-test naar speciaal onderwijs gestuurd. ‘Mijn zoon is niet dom’, zegt Clement. ‘Ik heb aangedrongen op een andere, nieuwe intelligentietest.’ Dat wilde de school niet. ‘Wij gebruiken standaard de WISC-test en hebben daar nooit problemen mee’, was het antwoord.
Tellegen zegt dat het gebruik van de test is ingesleten. ‘Men doet geen moeite te kijken of een andere test voor bepaalde jongeren niet geschikter is. Er wordt hier veel te zorgeloos mee omgegaan.’ Een test die volgens Tellegen wel geschikt is voor autistische jongeren, is de SON-test. Deze test is oorspronkelijk ontwikkeld voor dove kinderen, ofwel niet talig.
‘Als je autisten een rustige werkomgeving biedt, kunnen ze prima aan het werk. In administratief werk bijvoorbeeld zijn ze goed’, zegt Marjanne de Groot, woordvoerster van uitkeringsinstantie UWV. Zolang autisten niet in een vroegtijdig stadium al onterecht worden doorverwezen naar de Wajong, kunnen ze gewoon aan de slag, en kan het aantal Wajongeren flink worden beperkt.
Goed nieuws: het aantal jongeren in de bijstand kan flink omlaag. ‘Autistische jongeren worden onterecht arbeidsongeschikt verklaard.’
Een enorme kostenpost voor het abinet is de Wajong, een uitkering voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte jongeren. De uitgaven voor de uitkering zijn de laatste jaren blijven stijgen. Ging het in 2003 nog om 1,3 miljard euro, in 2008 is dat opgelopen tot bijna 1,9 miljard.
Nu het kabinet enorm moet bezuinigen, moet de stijging een halt worden toegeroepen. Dit jaar al is een nieuwe wet aangenomen die zoveel mogelijk Wajongeren weer aan het werk moet krijgen. Ook bestaat nu het idee om de jongeren niet het volledige minimumloon te geven, maar 70 procent ervan. Maar het beste plan komt wellicht van Peter Tellegen, docent toegepaste psychologie aan de Universiteit van Groningen.
Een belangrijke oorzaak van de toename van Wajongeren vormen autisten. Vorig jaar namen deze bijna een kwart van de stijging voor hun rekening. Dat terwijl veel autistische jongeren niet thuishoren in de bijstand. ‘Ze worden onterecht arbeidsongeschikt verklaard’, zegt Tellegen. ‘Jongeren die in aanmerking komen voor speciaal onderwijs of een uitkering worden onderworpen aan een intelligentietest. En de test die hier standaard voor wordt gebruikt is ongeschikt voor autisten.’
Deze test heet de WISC-test. ‘De test is geschikt voor een grote groep, maar niet voor kinderen die niet goed kunnen communiceren. Dit omdat het een verbale test is. Autisten hebben moeite met communiceren, dus bij gebruik van de test worden ze enorm onderschat’, zegt Tellegen.
Dat heeft ernstige gevolgen. ‘Autistische jongeren worden op basis van de test naar verkeerd onderwijs gestuurd en krijgen les onder hun niveau. Daardoor worden deze jongeren enorm beperkt. Met als resultaat dat velen van hen later niet kunnen werken en in de Wajong terechtkomen. En er is niemand die hier iets aan doet’, aldus de deskundige.
Ingesleten Volgens Jolanda Clement, moeder van een autistische jongen, is bij scholen niet bekend dat de test niet geschikt is voor autisten. Haar zoon werd op basis van de WISC-test naar speciaal onderwijs gestuurd. ‘Mijn zoon is niet dom’, zegt Clement. ‘Ik heb aangedrongen op een andere, nieuwe intelligentietest.’ Dat wilde de school niet. ‘Wij gebruiken standaard de WISC-test en hebben daar nooit problemen mee’, was het antwoord.
Tellegen zegt dat het gebruik van de test is ingesleten. ‘Men doet geen moeite te kijken of een andere test voor bepaalde jongeren niet geschikter is. Er wordt hier veel te zorgeloos mee omgegaan.’ Een test die volgens Tellegen wel geschikt is voor autistische jongeren, is de SON-test. Deze test is oorspronkelijk ontwikkeld voor dove kinderen, ofwel niet talig.
‘Als je autisten een rustige werkomgeving biedt, kunnen ze prima aan het werk. In administratief werk bijvoorbeeld zijn ze goed’, zegt Marjanne de Groot, woordvoerster van uitkeringsinstantie UWV. Zolang autisten niet in een vroegtijdig stadium al onterecht worden doorverwezen naar de Wajong, kunnen ze gewoon aan de slag, en kan het aantal Wajongeren flink worden beperkt.
Abonneren op:
Posts (Atom)