De interventie 'Dagbehandeling kinderen met een autismespectrumstoornis 3-7 jaar' is door de Erkenningscommissie Interventies erkend als goed onderbouwd.
De interventie biedt jonge kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) vijf tot negen dagdelen behandeling in kleine groepen van zes à zeven kinderen, gedurende één tot anderhalf jaar. Daarbij is er veel structuur in tijd, ruimte en activiteiten, wordt de communicatie systematisch visueel ondersteund en is er veel één-op-éénbegeleiding. Voor de ouders zijn er oudergesprekken, pedagogische thuisbegeleiding en een oudercursus.
Een interventie is 'goed onderbouwd' als die goed beschreven is en het aannemelijk is dat de interventie het gestelde doel kan bereiken. Erkende interventies worden opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.
Eén van de conclusies in de NVA-enquête ‘Allemaal autisme, allemaal anders’ (2013) is dat intensieve behandelingen waarvan de effectiviteit wetenschappelijk is aangetoond, relatief weinig worden gebruikt. De NVA pleit voor meer aandacht voor wat wel of niet werkt in de behandeling van kinderen en volwassenen met autisme.
Lees hier meer over deze dagbehandeling
De interventie is ontwikkeld door:
Youké
Verlengde Slotlaan 109
Postbus 867
3700 AW Zeist
Contactpersoon: Yvonne Kooijman
Email: ykooijman@trajectum.nl
Telefoon: 030-6936800
Website
www.trajectum.nl
zondag 15 december 2013
JONGEREN MET BEPERKING KOMEN NIET AAN DE SLAG ZONDER BELEID
De meerderheid van de jongeren met een beperking heeft intensieve begeleiding nodig bij het vinden en behouden van werk. Niet alleen ouders en vrienden spelen een belangrijke rol in dit proces, maar ook schoolbegeleiders en jobcoaches. Dat blijkt uit een onderzoek van Anja Holwerda naar de factoren die arbeidsparticipatie van jongeren met een Wajong-uitkering beïnvloeden. Dat meldt het UMCG.
Een toenemend aantal jongeren heeft moeite om mee te doen in de maatschappij als gevolg van ziekte of aandoening. Deze jongeren hebben veel minder kans om deel te nemen aan het arbeidsproces dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Jongeren met een beperking, die geen of beperkte mogelijkheden hebben om te werken krijgen een Wajong-uitkering. In de afgelopen jaren is het aantal Wajong-uitkeringen fors toegenomen.
Arbeidsmogelijkheden
Uit de studie van Holwerda blijkt dat volgens de verzekeringsarts 84 procent van de aanvragers van een Wajong-uitkering mogelijkheden heeft om te werken. De verzekeringsarts van UWV stelt de arbeidsmogelijkheden van de aanvrager vast. Jongeren met een geestelijke aandoening blijken over het algemeen minder arbeidsmogelijkheden te hebben dan de jongeren met een lichamelijke aandoening. Ook jongeren met meerdere aandoeningen en subklinische psychische klachten blijken minder mogelijkheden te hebben om te kunnen werken.
Overgang speciaal onderwijs naar werk
Ouders en leerkrachten spelen een belangrijke rol in de overgang van speciaal onderwijs naar het vinden van werk voor jongeren met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsstoornis. Uit het onderzoek blijkt dat 39 procent van deze groep werk vindt in de eerste achttien maanden na de Wajong-aanvraag. Volgens Holwerda weten schoolbegeleiders het beste te voorspellen wat de (on)mogelijkheden van hun leerlingen zijn. Deze voorspelling verbetert als de mening van ouders hierbij wordt betrokken. Holwerda pleit er daarom voor dat leerlingen in het speciaal onderwijs al op jonge leeftijd adequaat begeleid worden en dat de ouders daarbij betrokken worden, om instroom in de Wajong te voorkomen en de kans op werk te verhogen.
Beleid noodzakelijk
Volgens Holwerda moet bij de ontwikkeling van interventies om jongeren met een beperking te begeleiden om werk te vinden en te behouden, rekening gehouden worden met deze factoren. Holwerda vindt het van groot belang dat werkgevers, gemeenten en andere overheidsinstellingen geschikte banen voor jongeren met een beperking beschikbaar stellen. 'Het is noodzakelijk tot beleid te komen dat er op is gericht deze jongeren op te nemen als volwaardige burgers in onze maatschappij. De maatschappij als geheel heeft een verantwoordelijkheid voor de participatie van deze jongeren. Dit kan niet volledig bij de jongeren met een beperking zelf worden neergelegd.'
Anja Holwerda promoveert op 18 december 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Bron: Nationale Zorggids
Een toenemend aantal jongeren heeft moeite om mee te doen in de maatschappij als gevolg van ziekte of aandoening. Deze jongeren hebben veel minder kans om deel te nemen aan het arbeidsproces dan hun gezonde leeftijdsgenoten. Jongeren met een beperking, die geen of beperkte mogelijkheden hebben om te werken krijgen een Wajong-uitkering. In de afgelopen jaren is het aantal Wajong-uitkeringen fors toegenomen.
Arbeidsmogelijkheden
Uit de studie van Holwerda blijkt dat volgens de verzekeringsarts 84 procent van de aanvragers van een Wajong-uitkering mogelijkheden heeft om te werken. De verzekeringsarts van UWV stelt de arbeidsmogelijkheden van de aanvrager vast. Jongeren met een geestelijke aandoening blijken over het algemeen minder arbeidsmogelijkheden te hebben dan de jongeren met een lichamelijke aandoening. Ook jongeren met meerdere aandoeningen en subklinische psychische klachten blijken minder mogelijkheden te hebben om te kunnen werken.
Overgang speciaal onderwijs naar werk
Ouders en leerkrachten spelen een belangrijke rol in de overgang van speciaal onderwijs naar het vinden van werk voor jongeren met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsstoornis. Uit het onderzoek blijkt dat 39 procent van deze groep werk vindt in de eerste achttien maanden na de Wajong-aanvraag. Volgens Holwerda weten schoolbegeleiders het beste te voorspellen wat de (on)mogelijkheden van hun leerlingen zijn. Deze voorspelling verbetert als de mening van ouders hierbij wordt betrokken. Holwerda pleit er daarom voor dat leerlingen in het speciaal onderwijs al op jonge leeftijd adequaat begeleid worden en dat de ouders daarbij betrokken worden, om instroom in de Wajong te voorkomen en de kans op werk te verhogen.
Beleid noodzakelijk
Volgens Holwerda moet bij de ontwikkeling van interventies om jongeren met een beperking te begeleiden om werk te vinden en te behouden, rekening gehouden worden met deze factoren. Holwerda vindt het van groot belang dat werkgevers, gemeenten en andere overheidsinstellingen geschikte banen voor jongeren met een beperking beschikbaar stellen. 'Het is noodzakelijk tot beleid te komen dat er op is gericht deze jongeren op te nemen als volwaardige burgers in onze maatschappij. De maatschappij als geheel heeft een verantwoordelijkheid voor de participatie van deze jongeren. Dit kan niet volledig bij de jongeren met een beperking zelf worden neergelegd.'
Anja Holwerda promoveert op 18 december 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Bron: Nationale Zorggids
woensdag 4 december 2013
KNUFFELHORMOON MAAKT KINDEREN MET AUTISME SOCIALER
De behandeling met het knuffelhormoon oxytocine bij autisme staat nog in de kinderschoenen maar de resultaten van onderzoek naar het hormoon zijn veelbelovend. Het knuffelhormoon verandert de hersenactiviteit bij kinderen met een autistische stoornis waardoor ze onder andere socialer worden. Dat meldt GGZ Nieuws.
Voor het onderzoek van Yale University kregen zeventien kinderen met autisme tussen acht en zestien jaar twee neussprays. De ene neusspray bevatte het hormoon oxytocine, de andere een placebo. De onderzoekers vergeleken de hersenactiviteit van de kinderen nadat zij een van beide neussprays hadden gebruikt. Daarbij kregen de kinderen foto's te zien van mensen (sociaal) en auto's (niet-sociaal). De delen van de hersenen die normaal gesproken in verband staan met sociale situaties waren actiever bij de kinderen die het knuffelhormoon toegediend hadden gekregen dan bij de kinderen die met de placebo hadden gesprayd.
De onderzoekers zijn erg enthousiast over de resultaten van het onderzoek. “Alle zeventien kinderen lieten effecten zien, maar de mate van effect verschilde wel,” zegt onderzoeker Kevin Pelphrey. “Rondom oxytocine zijn nog steeds veel onduidelijkheden maar ons onderzoek suggereert dat het de sociale hersenfuncties vergroot en de niet-sociale functies vermindert. Hierdoor kunnen kinderen zich beter focussen op sociaal relevante informatie,” aldus de onderzoeker.
Pelphrey benadrukt dat ouders hun kinderen niet zomaar oxytocine moeten geven. “Misschien heeft het effect maar het kan ook schade aanbrengen,” waarschuwt hij. Grotere vervolgonderzoeken moeten nu uitwijzen over de voordelen en bijwerkingen van het hormoon bij kinderen met autisme.
Bron: Nationale Zorggids
Voor het onderzoek van Yale University kregen zeventien kinderen met autisme tussen acht en zestien jaar twee neussprays. De ene neusspray bevatte het hormoon oxytocine, de andere een placebo. De onderzoekers vergeleken de hersenactiviteit van de kinderen nadat zij een van beide neussprays hadden gebruikt. Daarbij kregen de kinderen foto's te zien van mensen (sociaal) en auto's (niet-sociaal). De delen van de hersenen die normaal gesproken in verband staan met sociale situaties waren actiever bij de kinderen die het knuffelhormoon toegediend hadden gekregen dan bij de kinderen die met de placebo hadden gesprayd.
De onderzoekers zijn erg enthousiast over de resultaten van het onderzoek. “Alle zeventien kinderen lieten effecten zien, maar de mate van effect verschilde wel,” zegt onderzoeker Kevin Pelphrey. “Rondom oxytocine zijn nog steeds veel onduidelijkheden maar ons onderzoek suggereert dat het de sociale hersenfuncties vergroot en de niet-sociale functies vermindert. Hierdoor kunnen kinderen zich beter focussen op sociaal relevante informatie,” aldus de onderzoeker.
Pelphrey benadrukt dat ouders hun kinderen niet zomaar oxytocine moeten geven. “Misschien heeft het effect maar het kan ook schade aanbrengen,” waarschuwt hij. Grotere vervolgonderzoeken moeten nu uitwijzen over de voordelen en bijwerkingen van het hormoon bij kinderen met autisme.
Bron: Nationale Zorggids
dinsdag 3 december 2013
Aanpassen
Door Saskia Van Uffelen, CEO van Bull en Digital Champion België


Mijn jongste zoon heeft autisme. Als ik hem twee dingen tegelijk vraag, loopt het mis en begint de agressiviteit. Als ik één ding per keer vraag, gaat het perfect. Als we onze plannen voor het weekend last minute omgooien, dan is hij onhandelbaar. Op feestjes weet hij niet hij zich moet gedragen, en gaat hij erg onhandig om met sociale contacten.
Zijn omgeving bestempelt hem als een druktemaker. Hij is te bruut, te agressief. Op zijn vorige school zei de directie dat hij gedragsproblemen had. Tot hij van school werd gestuurd, de zoveelste afwijzing.
Mijn zoon is niet ‘onhandelbaar’. Hij heeft niet minder mogelijkheden, laat staan dat hij mindervalide is. Het zijn wij die ons moeten aanpassen aan zijn anders-zijn. Zo is hij bijvoorbeeld heel creatief, hij heeft een gigantisch oog voor detail en hij kan prachtig tekenen. Als we in ons gezin voor een aankoop staan en we willen prijzen vergelijken, dan bezorgt hij ons een compleet overzicht. Hij heeft een ongelooflijk potentieel. Is hij door zijn autisme dan minder dan wij? En zijn wij zoveel beter? Nee, toch?
Ik heb ongelooflijk veel geleerd van mijn zoon. Autisme is geen ziekte, maar een ander soort gedrag. We moeten stoppen met te denken dat wij normaal zijn, en zij niet. Daarom ben ik zo getroffen door het werk van Passwerk. Die vereniging stelt mensen met autisme tewerk in IT-bedrijven en zet hun kwaliteiten in voor het testen van software. Wie autisme heeft, beschikt in veel gevallen over de natuurlijke gave om minutieus en repetitief bepaalde handelingen te doen, nodig om software te testen op bugs en dergelijke. Passwerk coacht zijn medewerkers en geeft de nodige omkadering, zodat de beperkingen van de mensen met autisme worden gecompenseerd.
De organisatie bestaat vandaag vijf jaar en verdient mijn volle steun. Ze bewijst dat we een veel leefbaardere, menselijkere en verdraagzamere maatschappij kunnen creëren door de troeven van mensen te benadrukken in plaats van de verschillen. Het uitgangspunt van Passwerk is dat elk individu recht heeft op een volwaardige deelname aan het normale economische circuit, rekening houdend met de competenties van het individu.
Het heeft mij als manager ook anders leren kijken naar mijn medewerkers. Ook ik heb wel eens de fout gemaakt om bij mijn personeel de verschillen te benadrukken. Om mensen in te delen in functie van wat ze minder goed kunnen, in plaats van te focussen op wat ze wel kunnen. Niet iedereen is in staat in dezelfde omgeving te werken, met dezelfde omkadering, in dezelfde tijdsindeling of in hetzelfde soort kantoor. Niet iedereen houdt van een directieve aanpak of van strakke deadlines.
Ik heb van mijn zoon geleerd dat ons gedrag voor hem soms te bedreigend is. Dat in de ogen kijken niet altijd fijn is. Daarom ook vraag ik bij moeilijke gesprekken in ons bedrijf dat medewerkers naast mij komen zitten in plaats van tegenover mij. Om de gelijkenissen te benadrukken, in plaats van de verschillen.
Mijn jongste zoon heeft niet minder, maar andere mogelijkheden. Als we dat beseffen in de manier waarop we met mensen omgaan, privé of professioneel, dan is het leven een heel stuk aangenamer. Toch?
Zijn omgeving bestempelt hem als een druktemaker. Hij is te bruut, te agressief. Op zijn vorige school zei de directie dat hij gedragsproblemen had. Tot hij van school werd gestuurd, de zoveelste afwijzing.
Mijn zoon is niet ‘onhandelbaar’. Hij heeft niet minder mogelijkheden, laat staan dat hij mindervalide is. Het zijn wij die ons moeten aanpassen aan zijn anders-zijn. Zo is hij bijvoorbeeld heel creatief, hij heeft een gigantisch oog voor detail en hij kan prachtig tekenen. Als we in ons gezin voor een aankoop staan en we willen prijzen vergelijken, dan bezorgt hij ons een compleet overzicht. Hij heeft een ongelooflijk potentieel. Is hij door zijn autisme dan minder dan wij? En zijn wij zoveel beter? Nee, toch?
Ik heb ongelooflijk veel geleerd van mijn zoon. Autisme is geen ziekte, maar een ander soort gedrag. We moeten stoppen met te denken dat wij normaal zijn, en zij niet. Daarom ben ik zo getroffen door het werk van Passwerk. Die vereniging stelt mensen met autisme tewerk in IT-bedrijven en zet hun kwaliteiten in voor het testen van software. Wie autisme heeft, beschikt in veel gevallen over de natuurlijke gave om minutieus en repetitief bepaalde handelingen te doen, nodig om software te testen op bugs en dergelijke. Passwerk coacht zijn medewerkers en geeft de nodige omkadering, zodat de beperkingen van de mensen met autisme worden gecompenseerd.
De organisatie bestaat vandaag vijf jaar en verdient mijn volle steun. Ze bewijst dat we een veel leefbaardere, menselijkere en verdraagzamere maatschappij kunnen creëren door de troeven van mensen te benadrukken in plaats van de verschillen. Het uitgangspunt van Passwerk is dat elk individu recht heeft op een volwaardige deelname aan het normale economische circuit, rekening houdend met de competenties van het individu.
Het heeft mij als manager ook anders leren kijken naar mijn medewerkers. Ook ik heb wel eens de fout gemaakt om bij mijn personeel de verschillen te benadrukken. Om mensen in te delen in functie van wat ze minder goed kunnen, in plaats van te focussen op wat ze wel kunnen. Niet iedereen is in staat in dezelfde omgeving te werken, met dezelfde omkadering, in dezelfde tijdsindeling of in hetzelfde soort kantoor. Niet iedereen houdt van een directieve aanpak of van strakke deadlines.
Ik heb van mijn zoon geleerd dat ons gedrag voor hem soms te bedreigend is. Dat in de ogen kijken niet altijd fijn is. Daarom ook vraag ik bij moeilijke gesprekken in ons bedrijf dat medewerkers naast mij komen zitten in plaats van tegenover mij. Om de gelijkenissen te benadrukken, in plaats van de verschillen.
Mijn jongste zoon heeft niet minder, maar andere mogelijkheden. Als we dat beseffen in de manier waarop we met mensen omgaan, privé of professioneel, dan is het leven een heel stuk aangenamer. Toch?
Bron: De Tijd
donderdag 28 november 2013
Weerbaarheid kan risico op kindermisbruik verkleinen
Kindermisbruikers interpreteren de reactie van kinderen op seksuele aanrakingen sneller als positief dan andere mannen. Een duidelijk afwijzende reactie kan het risico op misbruik verkleinen, stelt psycholoog Inge Hempel. Zij promoveerde op 27 november aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Hempel deed onderzoek onder 47 mannen die veroordeeld zijn voor fysiek seksueel contact met kinderen, 20 exhibitionisten en gebruikers of verspreiders van kinderporno en 40 niet-delinquente mannen. Kindermisbruikers denken anders over seks met kinderen dan andere mannen. Zij denken bijvoorbeeld sneller dat een kind seks wil als het op schoot wil zitten. Ook interpreteren ze onduidelijke emotionele reacties als giechelen of passief zijn als instemming met seksueel contact.
Hempel pleit ervoor het brede publiek te onderwijzen over seksueel misbruik van kinderen. Volwassenen moeten leren dat kinderen geen seks willen, ongeacht hun emotionele reactie. En kinderen moeten leren hoe zij moeten reageren op seksuele confrontaties met volwassenen en hoe zij zich kunnen verzetten tegen ongewenst fysiek contact.
Bron: Erasmus MC / NJI
Meer informatie:
Bericht Erasmus MC
NJi-dossier Kindermishandeling: Beschermende factoren
Hempel deed onderzoek onder 47 mannen die veroordeeld zijn voor fysiek seksueel contact met kinderen, 20 exhibitionisten en gebruikers of verspreiders van kinderporno en 40 niet-delinquente mannen. Kindermisbruikers denken anders over seks met kinderen dan andere mannen. Zij denken bijvoorbeeld sneller dat een kind seks wil als het op schoot wil zitten. Ook interpreteren ze onduidelijke emotionele reacties als giechelen of passief zijn als instemming met seksueel contact.
Hempel pleit ervoor het brede publiek te onderwijzen over seksueel misbruik van kinderen. Volwassenen moeten leren dat kinderen geen seks willen, ongeacht hun emotionele reactie. En kinderen moeten leren hoe zij moeten reageren op seksuele confrontaties met volwassenen en hoe zij zich kunnen verzetten tegen ongewenst fysiek contact.
Bron: Erasmus MC / NJI
Meer informatie:
Bericht Erasmus MC
NJi-dossier Kindermishandeling: Beschermende factoren
zaterdag 23 november 2013
NAAR HET HELE GEZIN KIJKEN BIJ KINDEREN MET ASS OF ADHD
NIJMEGEN - Eind oktober is Daphne Vinke-van Steijn gepromoveerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar dissertatie The influence of parental and offspring ASD and ADHD symptoms on family functioning. Dat meldt de website van de Nijmeegse universiteit.
Op basis van haar onderzoek is Vinke-van Steijn tot de conclusie gekomen dat kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) of ADHD vaak ouders met dezelfde symptomen hebben. Volgens Vinke-van Steijn moet daarom bij de diagnose en behandeling van ASS en ADHD naar het hele gezin gekeken worden.
Krijgt een kind de diagnose ASS of ADHD, dan moet ieder gezinslid worden gescreend op psychiatrische symptomen, zoals depressie, ADHD en ASS. Ook moet het gezinsfunctioneren in kaart worden gebracht.
Voor deze gezinnen beveelt Vinke gezinsinterventies aan, bij voorkeur in gezinspoliklinieken waarin jeugd- en volwassenpsychiatrie samenwerken.
Nationale Onderwijsgids / Richard Heeres
Lees hier het complete proefschrift
Op basis van haar onderzoek is Vinke-van Steijn tot de conclusie gekomen dat kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) of ADHD vaak ouders met dezelfde symptomen hebben. Volgens Vinke-van Steijn moet daarom bij de diagnose en behandeling van ASS en ADHD naar het hele gezin gekeken worden.
Krijgt een kind de diagnose ASS of ADHD, dan moet ieder gezinslid worden gescreend op psychiatrische symptomen, zoals depressie, ADHD en ASS. Ook moet het gezinsfunctioneren in kaart worden gebracht.
Voor deze gezinnen beveelt Vinke gezinsinterventies aan, bij voorkeur in gezinspoliklinieken waarin jeugd- en volwassenpsychiatrie samenwerken.
Nationale Onderwijsgids / Richard Heeres
Lees hier het complete proefschrift
Splinter (Songs from a broken mind)
Weinig new wave-helden hebben vandaag nog zo'n uitgebreide, en illustere, fanbasis als Gary Numan. De man die onder eigen naam en met Tubeway Army naam maakte, met songs als Are 'Friends' Electric, Down in the park en Cars heeft met 'Splinter' een nieuwe cd uit.
Ondertitel 'Songs from a broken mind' kan verwijzen naar Numans eigen problemen - de man heeft het syndroom van Asperger - maar wijst net zo goed naar een conceptalbum dat dichter aanleunt bij de industrial van Trent Reznor (een Numan-fan) dan bij de zwarte
elektronica die hij einde jaren zeventig maakte.
Het is anders, maar even sterk en bezwerend, inclusief die snik in de stem. Wedden dat ook de andere fans - Dave Grohl, Josh Homme - opnieuw vallen voor deze als een geluidsmuur over je heen denderende 'gothic industrial'..?
Abonneren op:
Posts (Atom)