Google+ Autisme, wat nu..?

zaterdag 12 november 2011

Een psychiater die ouders moreel wil verzwakken?

Onderstaand bericht is overgenomen van: Trouw.nl/Blogs

Het stelt me bijzonder teleur dat psychiater Koerselmans in de Volkskrant van 10 november ("Etiketten plakken is doorgeslagen", pg. 11) de suggestie wekt dat ouders van kinderen met autisme gewoon een opvoedingsprobleem hebben.

Autisme, hoe ontzettend licht ook, kunnen we ons het beste op de volgende manier voorstellen. Je geeft twee mensen op het oog twee identieke fietsen en je draagt ze op binnen een half uur een afstand van tien kilometer af te leggen. Wat je er niet bij zegt is dat de ene fiets onzichtbare mankementen vertoont, waardoor je ongemerkt een stuk zwaarder moet trappen. Na afloop verwijt je de persoon met de slechtere fiets dat hij niet sneller was. En, degene die harder moest trappen mag er NOOIT achter komen dat het aan de fiets lag. Zo wil psychiater Koerselmans het graag zien.

Dit is wat veel mensen overkomt in deze zeer ingewikkelde maatschappij. Aan de ouders de schone taak om hun kind even hard te laten fietsen als alle anderen. Ze mogen er zeker niet achter komen dat hun kind net een zwaardere fiets heeft dan anderen, dan worden ze maar gemakzuchtig. Lukt dat allemaal niet zonder de hulp van een fietsenmaker, dan ligt dat altijd aan hen.

Wil psychiater Koerselmans uit alle macht deze regering steunen, die - zo lijkt het - van alles ingefluisterd krijgt van een populist? Of wil hij psychiaters voor volwassenen aan extra werk helpen? Is hij bang dat hij de ouders in kwestie niet meer kan (laten) behandelen tegen burn-out en depressie door onbegrip en zwaar weer bij de opvoeding?

Mensen zoeken NOOIT hulp als het niet nodig is. Altijd overheerst de behoefte aan trots dat je het zonder hulp redt, hoe zwaar het ook allemaal gaat. Pas voor de poorten van de absolute hel overwin je je trots en druk je op de bel van de arts of hulpverlener. En de bureaucratie naar een rugzakje of PGB toe was een ramp die ik liever uit de weg ging. Het PGB heb ik daarom vermeden.

Hoogleraren en hulpverleners uit de jeugd-GGZ denken er over het algemeen precies zo over als ik, heb ik gelukkig gemerkt. Dat merkte ik tijdens spreekuren, bij opvoedcursussen, maar ook op congressen van organisaties als Balans en de Nederlandse Vereniging voor Autisme. Ik denk dat de jeugdhulpverlening zich waarschijnlijk niets laat wijsmaken. Het voordeel is ook dat jonge mensen die in de jeugdhulpverlening gaan werken vaak werkervaring hebben opgedaan in een logeerhuis. Zij hebben dan even in dezelfde schoenen als de ouders kunnen staan.

De oplettende lezer heeft intussen door dat de schrijver van dit stukje ook iets anders dan gemiddeld in elkaar zit, en dat het nogal wat energie en tijd heeft gekost om ermee te leren leven. Ik wens bij dezen dat mijn geweldige ouders NIETS aangerekend wordt.

Er zitten heel goede kanten aan autisme, ook al krijgen deze mensen bij de geboorte een veel grotere last te dragen dan anderen. Mensen met autisme doen zich bijvoorbeeld niet beter voor dan ze zijn.

Tot slot:
Tegen de CDA-bewindslieden zou ik zeggen: u wilt dat gewone mensen gratis steun bieden, in plaats van hulpverleners. U bereikt met uw uitlatingen precies het tegenovergestelde. U veroorzaakt als het ware tegenwind kracht 7 voor deze doelgroep en hun ouders. Vroeg of laat werkt dat ziekte zeer in de hand.


dinsdag 8 november 2011

Boekrecensie Autisme & Koken

Een tijdje terug beloofde ik op deze plek een recensie te schrijven van Kaatjes Kookboek: "Autisme & Koken". Bij deze los ik die belofte in.

Het eerste wat opvalt als je het boek in handen krijgt is de frisse, verzorgde en degelijke uitstraling. Het is gedrukt op dik, glossy papier en de verhouding tussen tekst en foto's valt nadrukkelijk uit in het voordeel van de laatste...

Er is duidelijk nagedacht over het concept. Leuk detail is bijvoorbeeld dat er een uitwisbare stift bij wordt geleverd, waarmee je op iedere willekeurige plek in het boek iets kunt schrijven of, als dat nodig is, een aanvullende tekening kunt maken.

De gerechten zijn herkenbaar en aansprekend en de receptuur is duidelijk en correct (en geloof me, dat is niet in ieder kookboek het geval...). De bereidingswijzen zijn gestructureerd en duidelijk visueel gemaakt d.m.v. de vele foto's.

Mijn vrouw Irma werkt in een instelling voor verstandelijk gehandicapten en heeft kookboek door haar cliënten uit laten proberen. De reacties waren enthousiast en positief. Met name het recept voor hamburger viel erg in de smaak..!

Iedere ouder of begeleider van kinderen of cliënten met autisme (en/of ADHD), zal kunnen beamen dat het vaak lastig is om samen tot een activiteit te komen en die dan ook nog op een plezierige manier tot een goed einde te brengen. Met Autisme & Koken heb je daar een prima hulpmiddel voor in handen. Het staat boordevol tips over hoe je ervoor kunt zorgen dat het samen koken een plezierige en stressvrije ervaring kan zijn.

Door de stap-voor-stap receptuur kan een recept bijna niet mislukken en door de aantrekkelijke, maar toch rustige en overzichtelijke uitstraling nodigt het boek als het ware uit om ermee aan de slag te gaan. Daarbij is (samen) koken niet alleen een prima middel om de (fijne) motoriek te stimuleren, maar ook om sociale en communicatieve vaardigheden te oefenen. De succeservaring van een zelfgemaakt, geslaagd en smakelijk gerecht geeft tot slot nog een enorme boost aan het zelfvertrouwen.



Autisme & Koken is genomineerd als Kookboek van het Jaar in de categorie Beste Initiatief.
Via deze link kun je op het boek stemmen.

Meer weten over Karen Den Dekker?
www.inkaatjeskeuken.nl

zondag 6 november 2011

Werkboek: "Ik leer Anders"


De succesvolle methode "Ik leer anders" is nu ook verkrijgbaar als praktisch werkboek voor leerlingen van de basisschool met met Autisme, leerproblemen, dyslexie, AD(H)D.

Er zit meer in, dan er uit komt. Dit wordt vaak gezegd over leerlingen die onvoldoende presteren op school. Zij hebben een leerachterstand of een vorm van dyslexie. Als bijles niet of nauwelijks helpt, kan de leermethode Ik leer anders een oplossing bieden. Want een grote groep ondergewaardeerde leerlingen heeft juist een bijzondere gave: het zijn beelddenkers. Zij denken niet in woorden, maar in beelden. Daarom wordt het lesmateriaal in de klas niet begrepen en onthouden. Het werkboek Ik leer anders vertaalt de lesstof naar deze visuele manier van denken. Zo kunnen deze leerlingen direct voldoendes halen. Op www.ikleeranders.nl staat de test: Ben jij een beelddenker?

Direct resultaat
Het werkboek Ik leer anders wordt doorgewerkt door een leerling begeleid door een ouder, coach of leerkracht. De leerling kan direct vertellen of deze leermethode werkt. Een voorbeeld: tijdens het oefenen kunnen leerlingen met een taalprobleem, woorden foutloos spellen. Van voor naar achter, maar ook van achter naar voor. Simpelweg omdat ze het woord als woordbeeld hebben opgeslagen. Tafels worden direct onthouden na jarenlang tevergeefs oefenen. Leren klokkijken lukt binnen een paar uur. Hieronder staan verhalen uit de praktijk van ouders en kinderen. De teksten zijn ingekort. Complete teksten staan op www.ikleeranders.nl. Het werkboek is voorzien van vele voorbeelden en foto"s.

Inhoud werkboek
  • Theorie: een andere manier van denken en leren. 
  • Test en karaktervergelijking: herkennen visuele leerlingen. 
  • Informatie op juiste manier ordenen, opslaan en onthouden. 
  • Taal: het alfabet, woordbeelden opslaan, woordpakketten groep 3 t/m 8 
  • Lezen: lege woorden visueel opslaan, leesletters oefenen, lezen met de leespijl. 
  • Cijfers: cijferveld, tafels en het automatiseren van sommen. 
  • Klokkijken: analoog. 
"Bij een spelling toets schrijft hij nu bijna alle woordjes goed i.p.v. van bijna alles fout".
"Eindelijk iemand die mij begrijpt wat ik zie en denk".

Werkboek "Ik leer anders":

Sinterklaas en autisme

Sinterklaas is bij uitstek een tijd die onrust veroorzaakt bij kinderen met een vorm van autisme en/ of adhd. Vanaf oktober liggen de pepernoten en chocoladeletters al gebroederlijk naast de kerstballen in de schappen. Speelgoedfolders vallen de brievenbus al binnen.

Overal wordt van alles georganiseerd. In de supermarkt kun je je schoen zetten. Op het werk van papa en mama komt Sinterklaas op bezoek. Bij opa’s en oma’s mag de schoen worden gezet of de sint komt langs. Misschien zit uw zoon op een club of vereniging waar natuurlijk ook de Sintviering niet ontbreekt. Ook op school wordt veel aandacht gegeven aan het Sinterklaasfeest. 

Tegenwoordig is er ook erg veel aandacht op televisie, op Nickelodeon met de Club van sinterklaas en het Sinterklaasjournaal. Kortom, hierdoor wordt het allemaal heel echt, en juist voor kinderen met autisme is de grens tussen wat echt is en wat fantasie vaag. Een onrustige tijd met veel prikkels en spanning.

Wat maakt deze periode zo moeilijk voor deze kinderen?
De aanloop voor het feest is zolang, dat de vermoeidheid al toeslaat vóór het feest goed en wel kan beginnen. Sommige kinderen weten helemaal niet wat ze moeten vragen omdat ze niet met speelgoed spelen. Sommige kinderen kunnen niet omgaan met verrassingen en willen eigenlijk weten wat ze krijgen. De ander kan niet slapen omdat hij of zij denkt zwarte piet te zien of te horen.

Dan zijn er natuurlijk ook nog de familieleden die wellicht niet begrijpen wat voor effect het autisme heeft in deze periode. Ieder kind wil toch cadeautjes? Gezellig toch, met de hele familie bij elkaar? Zij verwachten blije en vrolijke kinderen te zien als die hun cadeau open maken. Wat doe je dan als je eigenlijk het feest liever zelf thuis viert zonder familie erbij, of als je kind het helemaal niet leuk vindt? Denk hier goed over na, en denk daarbij aan uzelf en uw gezin.

Verder is het in deze periode vaak gewoon teveel en te onoverzichtelijk wat er op deze kinderen afkomt waardoor ze al snel ‘overbelast’ worden, teveel te verwerken krijgen. Ze proberen meestal om zo goed mogelijk grip te houden op de situatie en doen hun uiterste best om mee te doen. Maar als de grens is bereikt (en meestal zijn ze dan al ver over hun grenzen gegaan) kunnen ze agressief of eigenwijs worden of zich terugtrekken. Als ze dit gedrag vertonen, respecteer dan hun grenzen.

Wat kun je doen om overbelasting te voorkomen?
Het allerbelangrijkste advies is voorspelbaarheid. Voorspelbaarheid geeft veiligheid en dat geeft weer rust.

Probeer het sinterklaasfeest thuis en op school zo voorspelbaar mogelijk te maken. Worden er lootjes getrokken, dan kan het verstandig zijn het kind met autisme al te laten weten wat hij of zij krijgt en wanneer het precies aan de beurt is tijdens de pakjesronde op school. Geef ook aan wat er die dag precies gaat gebeuren en wanneer het afgelopen is. Is het kind bang voor Sinterklaas, vertel dan wie er voor sinterklaas speelt. Soms kan het voor het kind al een opluchting zijn te weten dat Sinterklaas niet echt bestaat.

Wordt de spanning toch te veel, dan kan het verstandig zijn als de school het kind een dagje vrijgeeft (in overleg met de ouders). Dit geldt ook voor de kerstviering, Oud en Nieuw en straks voor carnaval. Door ze niet echt te laten deelnemen aan deze evenementen op school, doe je ze niet te kort. Wel scheelt het vaak veel stress.


Welke dingen kun je voorspelbaar maken?
  1. Wanneer en waar komt de Sint aan, misschien op meer plaatsen? En hoe komt de Sint, op een paard of met de boot? 
  2. Bedenk goed waar je wel of niet heen gaat. Ben daar zorgvuldig in. Misschien dat uw kind zelf niet wil, of juist overal wel heen wil. Bedenk dat u als ouder het beste kunt overzien wat goed is voor uw kind. Wat anderen of uw kind ook verwachten. 
  3. Onvoorspelbaar gedrag van de Sint en de Pieten. Moet het kind op schoot bij Sint, wat doen Pieten, brengen ze snoep of strooien ze, maken ze kunsten? Hoe ga je ermee om? Wat spreek je hierover af? 
  4. Doet de Sint iets in de schoen? Wanneer wel en wanneer niet? 
  5. Loopt de Sint en piet over het dak of komen ze door de schoorsteen? Of komt hij helemaal niet binnen maar zet je de schoen buiten? 
  6. Wanneer en waar wordt Sinterklaas gevierd? 
  7. Maak je de cadeaus voorspelbaar? Pak je ze (samen) in of niet, koop je ze samen of niet… 
  8. Wie zijn erbij, moet het kind met alles meedoen? 
  9. Wat kan of mag je kind doen als het te moe wordt of bang? Wat waar en hoelang? 
  10. Je kunt naar sinterklaasavond toeleven door samen verlanglijstjes te maken en ondertussen er over te praten. Je kunt ook de afspreken visueel maken en duidelijk ophangen. 
  11. Maak een aftelkalender waarin duidelijk wordt wanneer het kind de schoen mag zetten, sinterklaas aankomt in de woonplaats en wanneer het sinterklaasavond is. Streep elke dag een dag samen door met een dik kruis. Hang de aftelkalender op een duidelijke plek op. 

Sinterklaasavond
  1. Maak een duidelijk dagplan, hang eventueel een dagritme op. 
  2. Zorg voor voldoende rustige afleiding overdag. Doe een spelletje, maak een wandeling, bak pepernoten of knutsel een pietenmuts in elkaar. Zorg misschien voor extra hulp om ook uzelf te ontlasten. 
  3. Wijk niet af van de normale structuur (slaaptijden, rituelen, avondeten etc) 
  4. Zorg dat er niet teveel cadeaus moeten worden opengemaakt en maak van tevoren afspraken wie wanneer een cadeau mag open maken en of er meteen mee mag worden gespeeld of niet. 
  5. Als uw kind zich wil terugtrekken maak daarover ook van tevoren afspraken, waar, wanneer en hoelang. 
  6. Geef het kind een taak (papier weggooien, gedichten voorlezen, drinken inschenken) 
  7. Als u merkt dat uw kind het niet naar de zin heeft, probeer er dan een positief einde aan te breien. Spreek bijv. af niet alle cadeaus meer open te maken maar pas de volgende dag als de sint weer naar Spanje is. 
En dan nog dit: Probeer te genieten van alle positieve dingen in deze periode. Je kunt niet overal op voorbereid zijn, het mag ook best eens fout gaan. En dat zal best af en toe gebeuren, want het is nu eenmaal een spannende tijd.

zaterdag 5 november 2011

AANKLACHT (met excuses voor de beeldspraak...)

Het valt mij steeds meer op hoe weinig er eigenlijk van Autisme begrepen wordt en hoe weinig wij (van de heersende klasse van de "neurotypischen") in staat of bereid zijn om het "anderszijn" van autisten in onze samenleving een "plek" te geven.

Met name op het moment dat daarvoor een plekje moet worden "ingeruimd" en iemand dus als het ware "even op moet staan" of even "op moet schuiven" om voor iemand met autisme "plaats te maken" of "er even langs te laten"...

Zoals de Autist vaak wordt beschuldigd van starheid en rigiditeit en verweten wordt niet tegen verandering te kunnen, zo ervaar ik, juist bij de mensen en instellingen waarvan je dat, op basis van hun veronderstelde of zelfverkondigde autismedeskundig- of -vriendelijkheid, eigenlijk zou mogen verwachten, juist een enorme onwil of onvermogen om jegens een individuele autistische cliënt, medewerker of scholier de benodigde fexibiliteit en/of aanpassingsbereidheid "aan de dag te leggen".

Hoe komt dat toch? Hebben we nou nog altijd niet genoeg uitgelegd hoe autisme werkt en wat deze mensen nodig hebben..? Dringt het niet door dat autisten allemaal individuele mensen zijn met hun individuele interesses, -talenten, -eigenaardigheden, -nuances en -hulpvragen..? Zijn we niet in staat om ons daarin "in te leven" of "in te voelen"..? Ik kan langzamerhand bijna niet meer om de conclusie heen dat wij neurotypischen uiteindelijk wellicht net zo "autistisch" zijn als zij..,

Het lijkt vooral "te spelen" op het moment dat individuele (met name zgn. "neurotypische") mensen (met ieder voor zich goede en integere bedoelingen en intenties) zich samenvoegen en een "organisatie" vormen.

Zij komen overeen "ergens voor te staan" of iets te gaan doen, spreken een samenwerkingsverband af en bundelen daarmee hun krachten (denken ze...). Maar vervolgens verliezen zij grote delen van hun individualiteit en identiteit en zien zichzelf in veel gevallen nog slechts als woordvoerders van hun organisatie, die binnen de grenzen van het overeengekomene kennelijk niet meer de ruimte of de motivatie ervaren om op individueel niveau flexibel te zijn.

Zij lijken hun individuele integriteit en moraliteit te verliezen en binnen de grenzen van het samen overeengekomene niet meer de mogelijkheid of zelfs de intrinsieke morele verplichting te ervaren om hun aanvankelijke (individuele) goede intenties tot uiting te brengen (terwijl ze zich in eerste aanleg nu juist met dìt doel tot een organisatie verenigd hadden.....).

Zo werkt het in het hoofd van menig autist denkelijk ook. Er zijn allerlei indrukken (prikkels); deze indrukken worden (onder contextuele, sociaal/culturele druk en via de taal / woorden) veralgemeniseerd en samengevoegd tot een abstract en uniek concept. Van dat unieke concept kan (omdat het andersom zo niet werkt) vervolgens niet meer worden afgeweken en het kan ook niet meer worden overgedragen op een andere context. Dat is volgens mij voor een groot deel precies wat er gebeurt als twee of meer "neurotypischen" tot een wederzijds contextueel akkoord komen...

Een andere "tekortkoming" die autisten vaak verweten wordt is het onvermogen om het "hele plaatje" te kunnen zien, vanwege jun neiging om zich juist op onderdelen of details te richten. Ik kan er bijna niet over uit hoe treffend toepasselijk ik deze symptomatiek vindt op organisaties die zeggen de zorg voor "andersdenkenden" c.q.  autisten "hoog in het vaandel" te hebben.

Door (overigens op allerlei andere manieren te rechtvaardigen) afspraken over doelgroepen, zorg- en therapievormen, geldstromen enz. valt menig autist met een reële individuele zorgbehoefte nu "tussen wal en schip". Niet alleen doen we op deze manier dus meer aan exclusie dan aan inclusie, maar "sluiten we ook onze ogen" voor het "grotere geheel" èn voor de enorme extra kostenposten die een dergelijke opstelling met zich meebrengt.

Door als organisatie niet flexibel te zijn en je activiteiten en doelen zoveel mogelijk te versmallen, lijk je goede zorg te leveren èn de kosten te beperken. In een "breder verband" brengt dit op de langere duur (maar ook in het hier en nu) echter alleen maar méér en extra kosten met zich mee op het moment dat ontdekt wordt dat er voor allerlei nu niet gedekte zorg-hiaten een oplossing moet worden bedacht en niet zelden alwéér een organisatie "op poten" moet worden gezet...!

De conclusie moet dus zijn dat samenwerkingsverbanden, vanwege hun aard, alleen maar kunnen leiden tot individueel èn geïnstitutionaliseerd autistiform gedrag! 

Logisch, maar niet wenselijk als het erom gaat om op basis van terminologieën als: "Passend onderwijs", "Werken naar vermogen" en "Zorg op maat" te bewerkstelligen dat onze samenleving ertoe  in staat èn bereid zal zijn om mensen die "anders" zijn hun gelijkwaardige plaats in te laten nemen en ze daarbij op een individuele, flexibele en toch economisch verantwoorde manier de passende ondersteuning en zorg te bieden...

vrijdag 4 november 2011

Beelddenken en Autisme

Uit ervaring weten we inmiddels dat er onder autisten en AD(H)D'ers erg veel zgn. beelddenkers zijn te vinden.

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. Beelddenken is visueel, intuïtief en ruimtelijk denken, zonder woorden. Beelddenkers zijn creatieve denkers die door hun ruimtelijke waarnemingsvermogen en hun visuele voorstellingsvermogen goed zijn in het verwerken van simultane informatie ( gelijktijdig aangeboden). Daarbij letten ze vooral op overeenkomsten, waardoor ze vaak met verrassende oplossingen voor problemen komen.

Omdat beelddenkers in beelden denken en niet in taal, hebben ze moeite met de “vertaling” naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, eh eh, je weet wel!

In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden. Ditzelfde zou kunnen gelden voor getallen. Een beelddenker ziet bij het woord stoel de stoel in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p, maar voor een beelddenker blijft het een b.

Beelddenkers zijn snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders. De opdracht; “doe je jas uit, ruim je tas op en kom naar de keuken om wat te drinken”, is onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl hij naar de opdracht luistert, ziet hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. De andere opdrachten lijken vergeten. De ouders van beelddenkertjes zijn wel eens radeloos. “Waarom luister je nou nooit!” is een veel gehoorde wanhoopskreet. Maar het is geen onwil, maar onmacht! Een simpele oplossing is om de opdrachten mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat je moet doen helpt een beelddenker om beter te onthouden.

Ook op school kenmerkt de beelddenker zich door deze “afwezige” gedrag. Leerkrachten zeggen vaak: “Is dit kind nu dom of neemt hij mij in de maling”. Alle mensen worden als beelddenker geboren. Immers, een baby kent nog geen woorden. Tot 4 jaar zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Ze denken voor het grootste deel in beelden en gebeurtenissen. Langzaam ontwikkelt het taaldenken zich en wordt het beelddenken procentsgewijs wat kleiner. Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers! Tot het tiende levensjaar dus, kunnen er nog veranderingen optreden, kan men sturen en begeleiden. Hoe eerder beelddenken (h)erkend wordt, hoe beter het kind begrepen wordt… thuis en op school.

Beelddenken is een gave. Geen defect.
Beelddenken is een aanleg, een talent. Geen handicap.

Beelddenkers zijn mensen die bij het oplossen van problemen gebruik maken van taal-vrij, visueel-ruimtelijk denken.

Elk denken heeft als doel het verwerken van informatie. Deze informatie komt binnen via de zintuigen. Via welk zintuigsysteem de informatie aangevoerd wordt is medebepalend voor het verloop van het denken.

Zo wordt bij het horen een volgorde aangereikt: het ene geluid volgt op het andere. De ene klank na de andere komt binnen en deze ordening zorgt ervoor dat we er wat mee Kunnen. Zo niet, dan spreken we van lawaai.

Bij het zien is het weer anders. We zien alles tegelijkertijd. Geen ordening. De informatie wordt zonder meer aangeboden. We moeten zelf gaan filteren om te bepalen wat we gebruiken. Oren dwingen je tot scherp letten op verschillen in klank en nuance; de informatie wordt na elkaar en op volgorde gegeven. Ogen dwingen ons naar overeenkomsten te zoeken; de informatie wordt in een keer, tegelijkertijd aangeboden.

Uit onderzoek blijkt dat beelddenkers “kijkers” zijn. Ze geven er de voorkeur aan, informatie in een keer op te nemen, te verwerken en op te slaan in het beeldgeheugen, waar al de kennis globaal en schematisch gecodeerd is. Er is sprake van een ander geheugen. Aandacht en concentratie zijn anders gericht.

Boeken over Beelddenken:


Tips voor ouders bij het omgaan met een kind dat in beelden denkt:
  • Vertel korte verhalen, anders dwalen de gedachten van je kind af.
  • Opdrachten moeten kort, duidelijk, overzichtelijk en uitvoerbaar zijn.
  • Je kind verbruikt veel energie, omdat de wereld anders is dan de hunne. Houd je kind gerust een keer een dagje thuis.
  • Houd je kind bij zijn werk, vraag wat het moet doen. Dit is belangrijk, omdat zijn gedachten snel afgedwaald zijn.
  • Laat je kind vrij om zijn eigen te maken, maar begeleid hem er wel in door kaders te geven en te blijven herhalen.
  • Complimentjes geven helpt alleen als het echt gemeend is, zonder te overdrijven.
  • Heb er vertrouwen in dat je kind doet wat je vraagt. Heb geduld, de opdracht moet hij eerst even verwerken tot het tot uitvoer komt.
  • Je kind zal alles tot in de details willen weten. Geef hem ook die duidelijke uitleg, want goede redenen helpen hem op weg.
  • Heb geduld in het omgaan met je kind.
  • Je kind zal graag de wereld zo aanpassen dat het bij hem past, het moet gaan zoals hij dat wilt. Stop hem niet meteen, maar geef wel duidelijk je grenzen aan.
  • Zit niet te dicht op de huid van je kind. Zijn verzet zal dan heftiger en dwangmatiger zijn.
  • Maak duidelijke afspraken. Liefdevolle en duidelijke begeleiding waarin een consequente lijn gevolgd wordt geven je kind veiligheid en rust.
  • Doe een beroep op zijn intelligentie en probleemoplossend vermogen. Hierdoor help je hem vooruit te komen.

donderdag 3 november 2011

'Verhalen van autisme'

mensen met autisme in antroposofische zorg

Instellingen voor heilpedagogie en sociaaltherapie zijn vaak betrokken bij de zorgverlening aan mensen met autisme spectrumstoornissen. Vanuit een antroposofische inspiratie hebben medewerkers inzichten en vaardigheden ontwikkeld voor de begeleiding en behandeling; daarover verhalen zij in deze uitgave. .
Verhalen van autisme bevat dertien levendige verhalen van en over mensen met autisme spectrumstoornissen bij wie genoemde zorgverleners nauw betrokken zijn. Het illustreert en maakt voelbaar hoe mensen met autisme leven en hoe antroposofisch geïnspireerde zorg hen daarin ondersteunt. Het verhaalt ook van antroposofische opvattingen en methodiek. Een ruime variatie aan onderwerpen " situaties, benaderingen en behandelingen " passeert daarbij de revue: autisme bij kinderen en volwassenen, wonen in een instelling of thuis, leren en werken en een breed scala aan antroposofisch georienteerde therapieen. Kortom: ervaringsdeskundigen aan het woord..

Martin Niemeijer is als arts verbonden aan Zonnehuizen Kind Jeugd en als onderzoeker werkzaam voor de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders en het Louis Bolk Instituut. Joop Hoekman is als orthopedagoog en onderzoeker werkzaam bij de Gemiva-SVG Groep en adviseert en begeleidt bij onderzoek in de heilpedagogie en sociaaltherapie..


Verhalen van autisme.
1. Heilpedagogie en sociaaltherapie Joop Hoekman en Martin Niemeijer.
2. Mensen met autisme spectrumstoornissen Martin Niemeijer en Joop Hoekman.
3. Frits, werken op een biologisch-dynamische boerderij Willem de Ridder.
4. Hans, langzaam dichterbij Astrid van Zon.
5. Jahan, ik beweeg en lig toch stil Arieanne van Kalsbeek.
6. Rene, wat werkt in euritmietherapie? Roel Munniks.
7. Kasper, grond onder zijn voeten Angelique Petersen, Marijke Bijloo en Anneke Adolphs.
8. Michel, een jaar uit zijn leven Marianne de Jonge.
9. Suzanne, wevend aan haar leven Suzanne van den Buijs en Martin Niemeijer.
10. Joost, door het vuur en door het water Solveig van Beuzekom en Joop Hoekman.
11. Robijn heeft geen publiek nodig Wim Velmans, Mirjam Radder en Wesja Menger.
12. Sam, hastelabasta! Conny van Dongen.
13. Kim, het vinden van de diamant Nees ten Boom.
14. Hubert, de lemniscaat Frederik van den Berg.
15. Kevin, een pottenbakker met gebruiksaanwijzing Fia Willemstein.
16. Autisme en antroposofie Joop Hoekman en Martin Niemeijer'

Zoeken in Bol.com