Google+ Autisme, wat nu..?: Autisme en zelfbeschadiging

maandag 3 oktober 2011

Autisme en zelfbeschadiging

Automutilatie of zelfbeschadiging komt bij kinderen en jongeren met autisme regelmatig voor. Nog te vaak wordt er alleen via pogingen tot gedragscorrectie op gereageerd.

Zelfbeschadiging moet serieus genomen worden; met name de jongere moet zich serieus genomen voelen. Het gevaar is, dat het zichzelf beschadigen buiten het zicht van hulpverleners verder gaat. Hoe langer het zichzelf beschadigen duurt, hoe vaster het patroon zich vastzet bij jongeren.

Automutilatie is gedrag dat direct leidt tot letsel, verandering of vernietiging van de huid of het lichaam, zonder dat er sprake is van een bewuste suïcidale intentie.

Hierbij worden drie subcategorieën onderscheiden:

1. Ernstige automutilatie is dat gedrag dat leidt tot zeer ernstige verwondingen, zoals ogen uitsteken, castratie, amputatie.

2. Stereotype automutilatie zijn handelingen met een tamelijk vast patroon van uitdrukking, symbolisch en ritmisch. Dit wordt vaak geassocieerd met een verstandelijke handicap.

3. Bij oppervlakkige of matige automutilatie gaat het om regelmatig terugkerende handelingen met een lage kans op een dodelijke afloop, zoals snijden, krassen, krabben, branden van de huid, wonden open krabben, prikken met naalden, breken van botten en zichzelf slaan. Dit is het meest voorkomend in de (jeugd)psychiatrie. Het komt bij verschillende psychiatrische diagnosen
voor.

Er zijn verschillende redenen waarom autistische kinderen en jongeren zichzelf beschadigen:

1. Automutilatie als zelfbestraffing. Jongeren met een (erg) negatief zelfbeeld straffen zichzelf omdat ze menen dat ze dat verdiend hebben.

2. Automutilatie om chaos te doorbreken. Jongeren zijn chaotisch in het denken en proberen dit te doorbreken door middel van pijn.

3. Automutilatie om een 'leeg' gevoel te doorbreken. Beter pijn voelen dan niets is een uitspraak die ik een jongere ooit heb horen doen.

4. Automutilatie als spanningsontlader. Voor sommige jongeren werkt zichzelf pijn doen als een ontlading voor hoog opgelopen spanning.

5. Automutilatie als vorm van lichamelijke stimulatie. Een jongere krijgt een lichamelijke sensatie door zichzelf pijn te doen.

6. Automutilatie als secundaire ziektewinst. Zichzelf beschadigen zorgt voor aandacht. Hierbij gaat het telkens om aangeleerd gedrag, waarbij de omgeving veelal als bekrachtiger van de automutilatie werkt.

Vaak is er een combinatie van bovenstaande redenen om te automutileren aanwezig.

Risicofactoren:
Er zijn veel verschillende risicofactoren die een verhoogde kans op automutileren geven.

  • psychiatrische diagnosen (schizofrenie, persoonlijkheidsstoornis, depressie);
  • gevoelens (angst, zelfhaat en afwijzing);
  • behoeften aan bijvoorbeeld communicatie of aandacht;
  • psychiatrische symptomen en stoornissen (psychotische fase, bevelshallucinaties, stoornis in impulscontrole);
  • beperkingen (verstoord copingpatroon);
  • problemen in interpersoonlijke relaties (afwijzing, separatieangst).


Wat is belangrijk in de omgang?
Jongeren die zichzelf beschadigen zenden een signaal uit. Negeren is doen alsof je geen signaal ontvangen hebt. Het is een reactie die nog vaak 'voorgeschreven' wordt. Daar waar de reden van het automutileren secundaire ziektewinst is (waar ik in dit geval ook kopieergedrag onder versta), kan negeren een goede reactie zijn. In veel gevallen is het echter niet het goede antwoord. Het belangrijkste is de jongere serieus te nemen en niet het symptoom (het automutileren) te veroordelen. Blijf duidelijk dat het niet een goede manier is om te gaan met vervelende gevoelens, maar probeer met de jongere op zoek te gaan naar die gevoelens en daar alternatieven voor te bedenken.

Automutileren brengt vaak veel teweeg in de omgeving van de jongere (de jongere zelf, de leefgroep, de ouders, het team sociotherapeuten KJP, het multidisciplinaire team) en dit vraagt om zorgvuldige afstemming, omdat er heel snel misverstanden kunnen ontstaan.

Het begeleiden van jongeren die zichzelf beschadigen
Het begeleiden van een jongere die zichzelf beschadigt in de leefgroep is geen gemakkelijke opgave. Er zijn veel verschillende betrokkenen, wat het erg moeilijk maakt om met elkaar tot een eenduidige interpretatie van het zichzelf beschadigende gedrag te komen. Toch is het doorgronden van de situatie waarin je met z'n allen zit erg belangrijk om tot gerichte begeleiding te komen

Geen opmerkingen:

Zoeken in Bol.com