Google+ Autisme, wat nu..?: ‘Knuffelhormoon’ betrokken bij autisme

donderdag 12 september 2013

‘Knuffelhormoon’ betrokken bij autisme

Oxytocine, ook wel ‘knuffelhormoon’ genoemd, is mogelijk betrokken bij het stimuleren van groepsgedrag. Bij kinderen met autisme is dit beloningssysteem vermoedelijk belemmerd.

Oxytocine speelt een hoofdrol in het zogenoemde beloningscentrum in ons brein, dat verantwoordelijk is voor het ervaren van genot in respons op ‘levensbevorderende’ activiteiten zoals eten, slapen en seks. Het knuffelhormoon wordt – vandaar de naam – vooral gelinkt aan het vestigen van de intieme band tussen twee personen, zoals die tussen moeder en kind of tussen geliefden.

Onderzoekers van de Stanford University School of Medicine leiden nu uit een studie met muizen af dat oxytocine ook groepsgedrag beloont. De onderzoekers ontdekten ocytocinereceptoren in het beloningscentrum van de muizen. Door die receptoren vervolgens te blokkeren, verloren de diertjes hun drang om andere muizen op te zoeken.

De onderzoekers vermoeden daarom dat oxytocine bijdraagt aan het plezier dat we ervaren wanneer we met onze vrienden optrekken. ‘Kinderen met autisme hebben die voldoenizng niet’, zegt eerste auteur Robert Malenka. ‘Voor hen kan sociale interactie zelfs ronduit pijnlijk aanvoelen. We denken daarom dat de werking van oxytocine in hun brein faalt. Dat idee wordt overigens bevestigd door klinische studies waarbij oxytocine aan kinderen met autisme wordt voorgeschreven.’ (kv)

Bron: eoswetenschap.eu




Geen opmerkingen:

Zoeken in Bol.com